Afdrukken

Woordenlijst

 

A  B  C  D  E  F  G  H  I  K  M  N  O  P  Q  R  S T  U V  W  Z

 

A

Abolitie

strafvrijstelling door de soeverein verleend voor geringe delicten van niet-dodelijk geweld, waarbij de gevolgen van het delict of medeplichtigheid werden uitgewist

Aenbesterven

door erfenis (dood) in eigendom krijgen.

Aenlegger(s)

eisende partij in een proces.

Aentale (aentael)

aanspraak in rechte, eis

Aenvaen

in bezit nemen, aanvaarden, aannemen, beslag leggen op, aanhouden, aanvangen

Accijns (excijs)

zie cijns

Achtervolgen

nakomen, naleven, navolgen (van een verplichting, een wet, een overeenkomst)

Actie vercrijgen

opvolgen als eigenaar of rechthebbende.

Actum

(latijn) opgemaakt, gepasseerd te plaats A op datum B

Adverteren

berichten, mededelen, (in ’t openbaar) kennis geven

Af, (of)

van. Bijv. daeraf, daerof: daarvan

Aflijvig

dood

Afslag

(ver)mindering, compensatie. Bijv. hore contributie afslach strecken zullen: in mindering gebracht zullen worden op hun bijdrage, (ter compensatie) verrekend zullen worden met hun gewone bijdragen.

Aling

geheel, volkomen.

Allegeren

in rechte (ad legem) beweren, als argument in een proces aanvoeren.

Alsoo( .), soo is 't( . .)

omdat (dit of dat het geval is)~ besluiten wij (dit of dat te doen).

Ambacht(sheerlijkheid)

het gewone bestuursgebied op het platteland in westelijk Nederland. Het hoogste feitelijke gezag aldaar was de ambachtsheer met onder zich de schout en daarnaast een bestuur van ambachtsbewaarders en een college van schepenen uit de bevolking.

Ambt

vergelijkbaar met Ambacht, alleen in Gelderland

Ambtgeld

geld, dat ambtenaren ten tijde van de republiek in de schatkist moesten storten voor de ambtsaanvaarding

Ambtman

de hoogste bestuurder in een Ambt

Ampliatie

aanvulling

Annus

(latijn) jaar. Anno Domini: in het jaar des (of onzes) Heren (zie verder bij getallen). Huius anni: van (in)dit jaar. Anno passato: (in) het afgelopen jaar. Eodem anno: in hetzelfde jaar.

Appoinctement

dagvaarding, mededeling aan een gedaagde of verdachte, dat hij op een bepaald tijdstip voor de rechter moet verschijnen

Apprehenderen, (apprehensie)

gevangen nemen (gevangenschap, (voor)arrest).

Approbatie

goedkeuring

Approbatierecht

toetsing in criminele zaken door her Hof van tussenvonnissen, waarbij tortuur was opgelegd, en van eindvonnissen

Arbitrale correctie

terechtzetting. In strafrecht bijv. Opte pene van arbitrale correctie: op straffe van voor de rechter te worden gesleept en veroordeeld

Arbiter

(latijn): (scheids)rechter

sonder argelist (sonder arg ende list)

(aldus) te goeder trouw (gedaan), 'zonder kwade bedoelingen, bedrog, smoezen en trucs'.

Arrestant

vordering

Assestant

die een verklaring aflegt

Attesteren (attestant, attestatie)

(officieel) getuigen, (in rechte) verklaren (getuige, getuigenis). Quod attestor (rogatus et requisitus):hetgeen ik getuig (desgevraagd en verzocht). Teste me: met mij als getuige. Presentibus testibus. . .: waarbij als getuigen aanwezig waren

Autaer

altaar.

Avond

de dag voor het feest, bijv. het feest van Sint Nicolaas is 6 december, Sint Nicolaasavond is 5 december;Korstavont:de dag voor Kerstmis, dus 24 december

 Terug

 

B

behoudelijck

met uitzondering van.

belegen hebben

als belendingen hebben. Bijv. streckende uter strate (tot) aen 't convent, ende belegen hebben aen die oostside Aert Pontier ende aen die westside Marius den Draeck.

Belender

eigenaar van naastgelegen stuk grond

Belending

het naast een bepaald stuk grond liggen

beschrijvinge

'beschrijvingsbrief', convocatie met vergaderstukken; het bijeenroepen van een vergadering.

besoigneren (besoigne)

beraadslagen, overwegen, met elkaar nadenken over (beraadslaging, vergadering).

Besolliciteren

te bewerkstelligen

Bestoeren

gerechtelijk protest aantekenen tegen

bet an der tijt

tot aan de tijd dat.

betaelt den lesten penninck met(en eersten; den eersten penninck metten lesten

volledig betaald. Kwiteringsformule in ondermeer akten van eigendomsoverdracht.Bewijsen o.m. rente of hypotheek vestigen op een 'aangewezen' stuk land.

Bevaren

inspectie volgens het Gelders Waterrecht van een opwas of een 'middelsand' in een rivier, waarbij werd vastgesteld of dit door een aangelande(eigenaar van aangrenzend land) aan de oever mocht worden in bezit genomen of dat het aan de Landsheer(het gewest) toekwam

bidden (bede)

verzoeken (verzoek)

binnen veertien nachten

binnen twee weken.

Blijckende penning

baar geld

boeren, beuren

Oo.m. in ontvangst nemen; heffen bijv. van rente.

Braeck

pmgeploegd land dat men onbebouwd laat liggen

Brief (open)

(((openbare) akte of oorkonde.

Broken, breuken

o.m. strafrechtelijke overtredingen en misdrijven. Letterlijk: inbreuk maken op de rechtsorde.

Bij

o.m. door

 Terug

 

C

Calange

aanspraak, eis.

Castelein

slotvoogd,burchtvoogd,burggraaf

ter Cause van

ter zake van, op grond van, uit hoofde van. (latijn: causa, reden, oorzaak, grond).

Cautie

zekerheid, feitelijke garantie, vandaar borgtocht, borgsom.

Cederen

afstand doen

Cedule

heffingslijst met belastingopgave

Certificeren

getuigen in rechte, (voor waar) verklaren dat (latijn: certum facere, zeker maken, voor waar verklaren dat

Cesseren

O o.m. ophouden, staken.

Citatie

dagvaarding

Comes

(latijn), graaf; comitis, van de graaf; comitem, lijdend voorwerp.

Committeren

last geven, afvaardigen, delegeren. Committent: lastgever. Gecommitteerde: lasthebber, vertegenwoordiger; ook dagelijks bestuurder (gecommitteerde raden), dan gelijk aan gedeputeerde of deputaat

Communiceren

T ter kennis brengen, mededelen.

Compareren

ter vergadering komen; voor het gerecht, de notaris e.d. verschijnen om een akte te laten opmaken.

Comparant:

hij die compareert.

Competeert

toekomende

Comptoir

kantoor, letterlijk: rekenkamer

Concordat

(latijn), stemt overeen met. Concordat collata: is gecollationeerd en stemt (woordelijk) overeen. Concordat cum suo originali (principali): is gelijk aan het origineel. Concordat collata cum suo originali (principali): (Dit afschrift) stemt, na te zijn gecollationeerd (woordelijk) overeen met zijn origineel.

Condem(p)neren

veroordelen.

Condschap, beëdigde

getuigenis voor het gerecht

Confesseren (confessie)

bekennen (bekentenis).

Confirmeren (confirmatie)

bekrachtigen, bevestigen bijv. van een akte of een rechtstoestand (bekrachtiging, ratificatie).

Consent

Toestemming

Consenteren

toestaan, vergunnen, toestemmen, bijv. oerloven ende….

Considereren

beschouwen, overwegen. Vandaar: (na goede overweging concluderen en) begrijpen.

Consul

(latijn), o.m. schout. Consulis: van de schout. Coram consule (et scabinis): ten overstaan van (voor) schout (en schepenen).

Contrarolleur

controleur, 'hij die de (boekhoudkundige) contrarol houdt om te checken'. Rol komt van het Latijnse rotulus: oprolbaar geschrift.

Contrarie

in strijd met. Ter contrarie, in strijd daarmee, integendeel.

Contravieerende

er tegen in gaan

Convent

klooster.

Conversatie

(maatschappelijke) omgang, gedrag (jegens). Vleeschelijcke conversatie: geslachtsgemeenschap.

Convooien en licenten

oorspronkelijk een betaling voor vrijgeleide voor koopvaardijschepen; later: belasting op in- en uitgaande goederen.

Copia copi(a)e

(latijn) afschrift van een afschrift. Per copiam: bij afschrift, in de vorm van een afschrift. Ook: copiëlijek:bij afschrift.

Coram

(latijn) ten overstaan van. Zie: consul; scabini; notaris.

Corrobatien

bevestiging

Correspondentie

o.m. contacten, relaties, verbindingen.

Costume

gewoonterecht; gewoonte. Rechte ende ...

Costuymen

gewoonterecht

Creseme (crisdom)

diocees, bisdom

Cureit

pastoor. Latijn: curatus, hij die met de (ziel)zorg is belast.

Cijns

belasting, schatting, maar ook vaak pacht, rente. Van latijn: census. Vgl; ons accijns. Ook tins, tijns e.a. varianten.

 Terug

D

Daet

o.m. rechtshandeling, vastlegging van een rechtshandeling in een akte.

Daer

o.m. waar, bijv. in den huyse daer sijn broeder woent: in het huis waar zijn broer woont.

Daermede

(noord- en oost ned.) opdat daarmee of daardoor, om daarmee te bereiken da

Dadungsluden, -frunden

Scheidsrechters,Goedemannen;vertegenwoordigers van twee partijen die een juridisch geschil moeten bijleggen; vertegenwoordigers, afgevaardigden in rechte. Ook varianten als dagesfrunden, degensluden.

Dagvaert

vergadering, landdag, rechtszitting. (Letterlijk, dagreis).

Datum

(latijn). Letterlijk het voltooid deelwoord 'gegeven'. Hetzelfde als actum: gedaan, opgemaakt, gepasseerd te plaats A op datum B in akten en brieven.

Debvoir

Modern frans devoir: moeite, toewijding, inzet, (dienst)ijver, inspanning. Bijv. 't goed debvoîr bij hem gedaen.

Deductie

in competentiegeschillen richtte een der strijdende partijen zich met een rekest, remonstrantie of deductie tot de Staten om een beslissing in het geschil

Deponeren

in rechte verklaren dat iets is gebeurd of het geval is. Ook: deponent of deposant: hij die verklaart en depositie: verklaring.

Deductie

vertoogschrift

Deponent

getuige

Derdehalf (derdalf)

'De derde half', dus twee-en-een-half. In modern nederlands nog in anderhalf: (de ene heel), de ander half. Geldt ook voor vierdehalf etc.

Dessein

oogmerk, doel, plan. Vgl. dessin (frans), design (engels) voor ontwerp, tekening.

Dezelve (hetzelve, 'tzelve)

Deze, die, dit, zulks e.d., zoals reeds genoemd. Bijv. ende dezelve te vercopen: en deze te verkopen; ende 'tselve te observeren: en dit in acht te nemen.

Die een den ander

elkaar. Vgl. l'un(e) l'autre (frans).

Different

geschil, onenigheid, kwestie.

Dicke

dikwijls, vaak.

Diligentie

ijver, inspanning, aandacht. In diligentie: met ijver, met spoed, met inzet, in waakzaamheid. Kortom al die eigenschappen die de overheidsdienaar betamen. Ongeveer hetzelfde als debvoir.

Ding

behalve 'ding' in het algemeen: (volks)vergadering (vgl. noors folketing: Parlement), rechtszaak (-geding); rechtszitting, rechtshandeling, besluit, akte, rechtsgebied. Vgl. modern nederlands 'dingen naar': letterlijk, '(in rechte) opeisen, procederen over'. Ook, dingtalen: procederen (in de vereiste formulering), in modern nederlands nog in: 'Drank? Hij taalt er niet naar. Zie ook talen.

Dingspel

de naam van de zes rechtsgebieden waarin Drenthe oudtijds was verdeeld. Er bestond dingplicht; ieder huis moest iemand naar de drie jaarlijkse dingen afvaardigen. 

Disapprobatie

Afkeuring

Discretie (tot... van)

ter bepaling door, bijv. het gerecht.

Dissolutie

ontbinding

Doe

toen.

Dorch, Durch

(noord- en oostned.) door, als duits.

Doublet

dubbelexemplaar, bijv. van een rekening.

Drossaert

drost. Een hoge rechterlijke ambtenaar, te vergelijken met een baljuw.

Dupliek

Reactie op de repliek

 Terug

 

E

Edict

bekendmaking van de bevoegde macht

Eenre (ter ..., ter andere zijden)

partij A tegenover partij B (in overeenkomsten en in processtukken.

Enckede (enckel)

goed, juist.

Ende, unde,unnd

(noord- en oostned.) en. Deze laatste moderne vorm verdringt via slijtageproces tegen 1700 ende. Noorden oostnederlands unde.

Erffenis(se)

grondeigendom

Ergo

dus

Erentfest

achtbaar. Aanschrijvingstitel van personen, in combinatie met woorden als: wijse, eerbare, edele, dijscrete, lieve, bijsondere, voorzienige.

Extimeren

taxeren, schatten.

Exhibitum

(latijn) letterlijk, 'getoond'. Ontvangen, overlegd, geopend (in datering van administratieve stukken).

 Terug

 

F

Facit

(latijn) letterlijk 'maakt, is'. In boekhoudingen bijv. facit 20 schellingen: is bij elkaar 20 schellingen.

Faulte

o.m. in gebreke blijven, het niet nakomen. Verwant: fout, falen, feilbaar.

Feria prima (secunda, tertia, quarta, quinta, sexta)

eerste - zesde dag van de week. Feria prima:zondag.

Feria tertia post (= na) Nicolai is in 1984 dinsdag 11 december.

Filius (Filia)

(latijn) zoon (dochter). In nederlandstalige teksten mogen we f. transeriberen als -szoon of -sdochter, zoals het ongetwijfeld uitgesproken werd. Bijv. Jan f.Everaert; Jan Everaertszoon, Maria f.Rignards; Maria Rignardsdochter.

Fiscaal

zowel advocaat als procureur, was betrokken bij het vooronderzoek en trad in naam van de ambtman op als klager tijdens rechtszittingen

Folio

(latijn) blad. Recto (voorzijde), verso (ommezijde). 'Verte' onder aan een blad betekent: keer om (dat blad), zie ommezijde. Huius folii: van dit blad.

 Terug

 

 

G

Gagie

niet zozeer gage als wel meer in het algemeen, salaris.

Gangachtig

in omloop, gangbaar, officieel geldig. Bijv. gange ende gave: gangbaar en onversneden.

gave ende ongecancelleert (ongeraseert) ongeschonden, zonder nietig te zijn gemaakt via kerven met een mes (zoals wel gebeurde met akten van schuldbekentenis na de inlossing van de schuld) of via doorhaling of afschrapen (dit laatste om het perkament opnieuw te gebruiken)

Geadmitteert

aangesteld

Geattesteerd

verklaring afgelegd

Geboerlie (gebuerlic)

behoorlijk.

Gebreken

ontbreken, missen, te kort schieten; nodig hebben. Bijv. waer 't zake dat iet gebrake: indien dit niet voldoende zou zijn, indien de bepalingen van deze akte niet zouden worden nageleefd. Vermits in den lande groot gebreek is.. .: omdat het in het algemeen ’s lands) belang nodig is... (volgt een nieuwe wettelijke bepaling.)

Geconsitueerde

die aangesteld is

Gegoed

bemiddeld

Geld

als rekeneenheden in boekhoudingen komen we o.m. tegen: 1 l(ibra) = 20 s(olidi) = 12 of 16 d(enarii), wat we in Nederlandse transcripties mogen opnemen als ponden, schellingen en penningen. Spreekt de tekst van guldens (floreni) dan is de verdeling: guldens, stuivers en penningen. Bij ponden vaak toevoegingen als: groot; groten Vlaemsche munte; van 40 groten 't stuk. Bij gulden vaak: Carolusguldens.

Geld tellen

uitbetalen van je een, twee, drie, vier enz. (latijn:numerare pecuniam).

Gelden

o.m. betalen.

Geleisten

presteren, nakomen, voldoen.

Geloofwaerdig (lofwaerdig)

gezegd van iemand wiens spreken of doen als juridische waarheid of rechtsfeit moet worden beschouwd, met dienovereenkomstig rechtsgevolg, bijv. geloofwaerdîge (of lofwerdige e.d.) getuygen: getuigen waaraan geloof moet worden gehecht. Verwantschap met geloofsbrief.

Geloven

o.m. beloven (vgl. gelofte), verzekeren, garanderen.

Gemeynt

gemeenschappelijke gronden

Genadig (genedig)

genadige (heer), afkorting g.h., betiteling van o.m. graaf en hertog. Ook: uwe furstliche genade en varianten daarvan.

Generaelijck

in het algemeen, over het geheel genomen. Specialijck: in het bijzonder. Dergelijke bijwoordelijke vormen in het modern nederlands grotendeels verdwenen, bijv. 'lichtelijk' en nog meer verouderd in 'bepaaldelijk'.

Geperpeteert

begaan

Gestaetheyt

staat, stand, vermogen

Getallen (latijn)

veelal in jaartallen en data, in bijvoegelijke vorm: -us (manlijk, 1ste naamval), -i (van-vorm), -o (in-vorm);

-a (vrouwelijk, 1ste naamval, tevens in-vorm), -ae of -e (van-vorm). Bijv. anno Domini MOCCOLXO quinto (millesimo trecentesimo sexagesimo quinto): in liet jaar onzes Heren 1365, letterlijk 'in het duizendste driehondcrdste zestigste vijfde jaar des Heren'. Zie voorts feria.

Geuseerd

gewoon zijn

Ghebode

bevel, verordening

Gheestland

onvruchtbare grond

Goed

stuk land

Grafelijkheid

het grafelijk gezag; rechten en plichten. Toen er vanaf de 8ojarige oorlog geen graaf meer was ging bijv. in Holland het grafelijke soevereine gezag over op de Staten van Holland. Deze erfenis werd wel aangeduid als grafelijkheid, o.m. in: grafelijkheidsrekenkamer, een leen van de grafelijkheid. Grafelijkheid is dan synoniem met het moderne woord graafschap.

't Gunt

hetgeen.

 Terug

 

 

H

Halme (ende gifte) geven

via de formele handeling van een halm iemand de eigendom van land overdragen (o.a. zuidned.). Ook:door een halm weg te werpen formeel afstand doen van eigendom.

Haeffelijke (goederen)

roerende goederen

Halfscheid

helft, half.

Hank

kreek, doodlopende rivier

Hanteringe

omgang, vandaar o.m. handel.

Halfwinning

het recht om te profiteren van de helft van de vruchten , gewassen op zekere gronden

Halsheerlijkheid

een heerlijkheid met laag en hoog gerecht, het recht om doodsstraffen e.d. uit te spreken.

Hanteringe

omgang

Heer

in de middeleeuwen alleen voor edellieden en geestelijken. Daarna ook voor aanzienlijke stedelingen, burgers (van: burg, poort, stad) en uiteindelijk voor alle mannen. Latijn: dominus ('de baas in huis' (domus = huis), heerser die domineert, het voor het zeggen heeft). Vanwaar ons d(ominu)s voor predikant, evenwel uitgesproken in de aanspreekvorm 'domine'. Vanaf de 16de eeuw ook 'seigneur' (frans), van 'senior' (latijn: oudere, oudste>. Domina: vrouw(e).

Heerlijkheid

Een bepaald gebied met een overheidsgezag, verbonden aan een persoon of familie, die eigenaar was van de bij de heerlijkheid horende rechten. Te onderscheiden in hoge, met rechtspraak in halszaken en lage heerlijkheid met rechtspraak in civiele en kleine strafzaken.

Hem (Haer)

zich. Bijv. hem (haer) generen met: zich bezighouden met; hem verweren: zich verdedigen.

Hoed

inhoudsmaat voor m.n. graan en steenkool.

Hoedekine

huidige, tegenwoordige.

Huis

o.m. kasteel, slot.

Huisman, (-luiden)

boer(en).

Hulde (ende manschap)

in akten van belening met een leengoed. De nieuwe leenman verklaart het goed van zijn leenheer in leen te houden en zich dienovereenkomstig te gedragen. M.a.w. de leenman 'houdt van' de leenheer, vanwaar ons modern nederlands 'van iemand houden' en 'huldigen'. Overigens moeten we, zeker na de middeleeuwen, bij leengoed als regel niet denken aan de leenman-ridder (vazal) die zijn heer als krijgsman te paard bijstaat. Leengoed was gewoon boerenland en de leenman een boer die het in gebruik kreeg tegen een geringe symbolische tegenprestatie, het zgn. 'heergewaad' dat oorspronkelijk ridderlijk uniform betekende, maar later niet meer was dan het symbolische geschenk dat de nieuwe leenman zijn heer gaf, vaak in geld.

Hulder

Iemand die een goed in leen houd

 Terug

 

 

I

Impetrant

eiser.

Impetreren

verkrijgen

Impost

belasting, heffing

In nomine Patris et Filji et Spiritus Sancti

(latijn) in de naam des vaders, des zoons en des Heiligen Geestes. Aanhef van belangrijke documenten. Vnl. middeleeuws, bijv. een testament, een rechtsboek, een rekening .

Indemneren (indemniteit)

vrijwaren (vrijwaring) van schade; 'het schadevrij of schadeloos houden van iemand' en de formele garantie daarvan. Aldus ook borgtocht. In het bijzonder akte (van idemniteit) waarbij stad of ambacht A (persoon B, parochie of kerkelijke gemeente C) verklaart stad of ambacht X schadeloos te zullen houden indien persoon Y, verhuisd naar X, onverhoopt tot armlastigheid mocht vervallen; een garantie dus terzake van sociale uitkeringen .

Injurieren

beledigen

Inlaag

dijk, aangelegd binnenwaards van een dijk die sterk bedreigd is

Insinuatie

aanzegging.

Instandichede

teruggave of vergoeding

Intendit

eis,strafvordering

Item

(latijn) idem, vervolgens, eveneens. Veel als aanhef van posten in rekeningen, andere specificatie.

Iussu (domini comitis, domini ducis)

(latijn) op bevel van, in opdracht van (de heer graaf, de heer hertog).

IJken, Troyssch

het ijken van weegschalen volgens het uit Troyes ( frankrijk) stammende stelsel van gewichten, Troisch gewicht

 Terug

 

 

J

Jaergetide

het jaarlijks op iemands sterfdag lezen van een mis voor het zieleheil.

'(t)s Jaers

per jaar ('des jaars').

Jurisdictie

o.m. rechtsgebied.

Jus de non evocando

het recht alleen voor rechtbanken in het eigen land te hoeven verschijnen, door keizer Hendrik VII op 5 september 1310 verleend aan de Geldersen

Justitie

rechtspraak; terechtstelling. Zie ook policie.

 Terug

 

 

K

Kapittel

een college van geestelijken (kanunniken) dat gezamenlijk de zielszorg in een parochie uitoefent (kapittelkerk; 'een stem in 't kapittel hebben'); hoofdstuk, artikel van een reglement. Vgl. capitulum (latijn) en chapitre (frans).

Kennen

(in rechte) bekennen, verklaren.

Kerspel, ook karspel, carspel of carspil, 

oorspronkelijk de benaming voor kerkgemeente, parochie, werd omstreeks de 16de eeuw ook gebruikt ter aanduiding van wat men later de ‘burgerlijke gemeente’ zou gaan noemen. Na 1600 ging deze laatste betekenis in verschillende delen van de Republiek der Verenigde Nederlanden zelfs overheersen en werd de term dikwijls gebruikt naast de meer typische streekeigen uitdrukkingen als ambacht, schultambt (zie schout), buurschap en marke. Soms bestond een ambacht of schultambt uit verschillende kerspelen, soms ook omvatte een kerspel verschillende buurschappen of marken. Het begrip kerspel kan slaan op het territoir of op de inwoners of leden van de ‘gemeente’, hetzij als collectiviteit, hetzij als rechtspersoon. De taakverdeling tussen het kerspel en de grote of kleinere eenheden of collectiviteiten is dikwijls weinig scherp; herhaaldelijk werden de functies van bijv. kerspel en schultambt of kerspel en buurschap nauwelijks uiteengehouden.

Keuren (keure)

o.m. kiezen (keuze). Bijv. zijn keure hebben: de keus hebben. Gekoren: (uit vrije wil) gekozen, bijv. een voogd, tegenover een op grond van het recht automatisch en bij voorbaat aangewezen voogd. Nog in: uitverkoren. Zie ook: (wille)keuren

Klaringe

behalve verklaring ook: beslissing, vonnis, uitspraak.

Klokkenslag

oproeping van dijkplichtigen o.a. bij dreigende dijkdoorbraak

Knechtken

jongetje.

Koman

koopman.

Comans payment

koopmans geld, de rekeneenheid die onder kooplieden gebruikelijk is.

Koopmanschappen

handelswaar, koopmansgoederen.

Kopen, gecoft (vercoft)

gekocht (verkocht), vgl. lucht met duits luft, gracht met graft, ochte en ofte (of), gift en gicht (limburgs). Gecoft jegen: gekocht van.

 Terug

 

 

L

Landmaten

roede (ca. 14 m2); morgen of mergen, letterlijk zoveel land als voor de middag kan worden geploegd (ca 0,8-1,1 ha., verschillend per streek), vaak gelijk aan 6 hond; hond (ca. 100 roeden, 1400 m2); pondemaat, friese vlaktemaat (36,78 are, iets meer dan 1/3 ha); (koe)gras, meervoud grazen, o.m. Friesland en Groningen, zoveel land als een koe nodig heeft (ruwweg 0,45-0,5ha)

Landwinning

vergunning voor de pleger van een delict om voor een bepaalde tijd terug te keren tot zijn woonplaats ten einde in die periode remissie te verzoeken

Laten ligghen

opzeggen

Last-veilgeld

belasting geheven ter bestrijding van de kosten ter beveiliging van zeewegen

Logies- of serviesgelden

vergoeding voor inkwartiering

Lichtelijck meer of lichtelijck min

(ook omgekeerd) om en nabij, ongeveer. Bij groottebepaling van land: 'met de mogelijkheid van een beetje over- of ondermaat'.

Luttel (luttich)

klein (weinig).

 Terug

 

 

M

Maeg

verwant.

Maegschap

verwantschap

Magescheidinge

boedelscheiding

Maanden

vaak weergegeven in het latijn. In de eerste naamval:

januarius, februarius, martius, aprilis, maius (mayus),junius,julius, augustus, september, oktober, november, december.

Van-vorm: januani, februani, martii, aprilis, maii (mayi), junii, juhi, augusti, septembris, octobris, novembris, decembris.

In-vorm: in januario, februario, martio, aprili, maio (mayo), junio, julio, augusto, septembri, octobri, novembri, decembri. De huidige nederlandse vormen verdringen tenslotte de latijnse variëteiten met als bijzondere varianten tot in de 19de eeuw toe gebruikt:

january, february, mey of may, juny, july.

in zulker Manieren so wanneer

op de volgende voorwaarden

im Margine

(latijn) in de marge. In margine folii: in de marge van het blad. Ook: in mergine.

Mechtig maecken

machtigen

Marke

oorspronkelijk grens betekenend, werd in de late middeleeuwen en daarna gebruikt ter aanduiding van het door de inwoners van een nederzetting gemeenschappelijk gebruikte deel van het areaal van de nederzetting, waarop door de heer gebruiksrechten waren toegestaan.

Meente

gemeente, burgerij.

Meeten, Meetgeld

belasting die naar de inhoudmaat werd geheven

Meetland

weide- of hooiland. Ook 'mede'.

Memorie

geschrift waarin de feiten op juridische gronden worden beoordeeld

Met (mit)

metten: niet den. Metter; met der (nog in metterdaad).

Metten eersten

'liet de eerste gelegenheid die zich voordoet, zo spoedig mogelijk.

Miles

(latijn) letterlijk soldaat, dus gewoon 'ridder'. Vanvorm: militis, meervoud: milites. Veel in de middeleeuwse ambtelijke stukken die van de grafelijke kanselarij in Holland zijn uitgegaan.

Misen

(frans) kosten. Bijv. costen ende misen van de justitie: de kosten van het geding, het strafproces en de ten uitvoerlegging van het vonnis. Zie ook bij ofte.

Mitigeren (Mitigatie)

verzachten, verlichten, matigen.

Moeie

tante, Vgl. in het fries muoike.

Mogen

o.m. kunnen. Bijv. die daer zoude mogen sijn: die daar zou kunnen zijn.

Momber

voogd over onmondigen. Zie ook: mondigheid. Mondigheid (on)handelingsbekwaamheid. Onbevoegd tot het verrichten van rechtshandclingen waren: minderjarigen (ongehuwde kinderen beneden 25 jaar), gehuwde vrouwen, onder curatele gestelden.

Mortificeren

tot geestelijk goed maken, in de dode hand brengen. Zie ook sterfhand.

Munimenten

bijlagen, 'ondersteunende bescheiden'. Niet te verwarren met het latijnse munimentum: vesting, schans e.d.

 Terug

 

 

N

Na, Naar

beide woorden kunnen zowel na als naar betekenen

Nakomelingen (erven ende....)

rechtsopvolgers, erfgenamen.

Namptissement

betaling vooraf (tot zekerheid).

N(a)erstelike

met nadruk, met klem, ernstig.

Niet... en (en... niet)

niet. Bijv. 'tgunt niet en is: wat niet het geval is; ghij en sult niet: ghij zult niet. Ook: nyemant . . en; en. .. nyemant.

Notaris

n.n., openbaar notaris (ook: notaris publicq e.d. uit het frans stammende vormen). Bijv. notarius publicus (latijn), bij den Hove van Holland geadmitteert, residerende binnen der sted A: n.n., openbaar notaris, tot zijn ambt toegelaten door het hof van Holland, ter standplaats A. Notaris apostolyck: kerkelijk notans. Notaris imperiael: keizerlijk notaris.

Terug 

 

 

O

Obiit

is overleden

Observeren

nakomen, naleven, navolgen (van een regel, een wet, een verplichting, een overeenkomst).

Octrooi (akte van)

vergunning van de landsregering, m.n.

de Staten van Holland.

Oder

(noord- en oostned.) of

Oer

(noord- en oostned.) hun, haar.

Oevel(l)

slecht

Of

indien (engels: if). Bijv. of 't geviele. . .: indien het gebeurt...

Ofte, oft, of

of. Deze laatste moderne vorm, slijtage, verdringt ca 1700 de andere. Vaak in combinaties als: uuytstel ofte dilay; negligentie ofte onachtsaemheyt. Het nederlands was een jonge cultuurtaal. Franse begrippen vonden pas geleidelijk nederlandse equivalenten. Voor de juridische zekerheid werden nog lang het nederlandse en franse woord samen gebruikt, elkaar aanvullend. Varianten: iof (middeleeuws) en ochte. Voor verwisseling f en ch zie bij kopen.

Ombieden

mededelen, aanzeggen, gebieden, ontbieden.

-Ong(e), -ung(e)

(noord- en oostned.) voor -ing(e). Bijv. schelunge, erffscheidonge.

Ongelden

lasten, belastingen.

Onraet

accijns.

Oorbaar

nut, voordeel, (algemeen) belang, welzijn, noodzaak.

Oorkonde

openbare, uitgaande versie van een (belangrijke) akte, die (daarom) op perkament is geschreven en ter bekrachtiging bezegeld (open brief). Rechtsgeldige verklaring dat een rechtsfeit bestaat of dat een rechts-handeling heeft plaatsgevonden (variant: orkondschap).

Oorkonden

een oorkonde uitvaardigen; tot rechtsgeldigheid, als bewijs verklaren. Bijv. des t'oirconden bezeghelt (eindformule oorkonde): 'tot bewijskrachtige getuigenis van het voorafgaande (des) bezegeld'. De bewijskracht van akten lag naar middeleeuwse opvatting in het zegel; nog volgens Hugo de Groot vormden 'zegel en brief' het eigendomsbewijs van onroerend goed.

Opdragen (opdracht)

in eigendom overdragen (eigendomsoverdracht).

Opgestaen

onstaan b.v. geschil

Ordel

belast met het zelfstandig formuleren van het voorstel voor een vonnis, nadat hij rechtsgeleerd advies had ingewonnen bij onpartijdige juristen. Het aan het gerecht overgelegde rechtsgeleerde advies was bindend, kwam in Gelderland alleen voor in het kwartier van Zutphen

Ordelwijzer

deze persoon was vrij in het formuleren van een vonnisvoorstel. Het aan het gerecht overgelegde advies was niet bindend. Kwam voor in het kwartier van Nijmegen en in het kwartier van Veluwe 

Ordinaris

gewoon. Ordinarie (bijwoord latijn): gewoon(lijk). Extraordinair: buitengewoon.

ter Ordonnantie van

in opdracht van. .. In wetten, akten en bevelschriften. Vergelijkbaar met: de minister A., namens deze B.

Ordonneren (ende willekeuren)

verordenen, een verordening of keur uitvaardigen.

Overeendragen (overeendracht)

overeenkomen (overeen komst, verdrag).

Overkomen (ende verdragen)

overeenkomen.

 Terug

 

 

P

Panden

beslag leggen op, gijzelen. Ook, penden.

Pandinghe

het opleggen van een boete met een onderpand

Pandkeringe

verzet in rechte tegen gerechtelijke panding

Paspoort

o.m. geleidebiljetten voor goederen

Persisteren

volhouden,volharden

Policie

bestuur, regering.

Prehende, Provende

eigenlijk recht op proviand, mondkost, ook op rente. Vandaar recht op renten voorkomend uit kapitaal of land, vastgezet op een geestelijke stichting; vandaar, vaste inkomsten uit een geestelijke stichting. Zo kon bijv. aan een altaar een prebende verbonden zijn waarop de bediener van dat altaar recht had.

Payen

betalingstermijn

Pagamentum

betaalmiddel

Poorterbrief

een door de overheid uitgereikte verklaring dat de vermelde persoon burger is van een stad

Prejudite

nadeel

Pretenderen

vorderen

Pretentie

aanspraak., vordering

Prescriptie

verjaring

Principael

origineel

Principael sculder

hoofdelijk schuldenaar

 Terug

 

 

Q

Quite weren

vrijwaren. Vgl. kwitantie.

Quiteren

kwijtschelden

Terug 

 

 

R

Recipisse

kwitantie, ontvangstbewijs.

Ridderschap

Stand der edelen, In de Republiek der Verenigde Nederlanden vormde re ridderschap een van de leden van de Statenvergaderingen

Remissie

kwijtschelding van straf

Remitteren

kwijtschelden

Remonstrantie (remonstrant)

protest, verweerschrift (opsteller daarvan).

Relaxatie

ontslag uit hechtenis

Renten verkopen

tegen ontvangst van een grote geldsom ineens de geldgever recht geven op een jaarlijkse 'rente' op een onroerend goed, doorgaans eeuwigdurend en dus erfelijk. De middeleeuwse kerkelijke opvatting beschouwde geld uitlenen tegen rente als onzedelijk, als woeker. Vandaar de vestiging van erf- en grondrenten met dezelfde maatschappelijke functie als de moderne geldlening op hypotheek.

Renuncieren

afzien van

Renvooi

verwijzing van de zaak naar bevoegde rechter

Repliek

antwoord op een dagvaarding

Requireren (requirant)

verzoeken (verzoeker)

Resolveren (resolutie)

besluiten (besluit van een doorgaans collegiaal bestuursorgaan, bijv. Staten, vroedschap).

Revisie

herziening van uitspraken in strafzaken

Richten

in bezit stellen

Richter

schout

Roerende

betreffende. Geroerde (noord- en oostned.): reeds genoemd.

Ruwaard

o.m. waarnemer van het landsheerlijk gezag, regent.

Terug 

 

 

S

Scabini

(latijn) schepenen. van-vorm: scabinorum. Coram scabinis: ten overstaan van schepenen. Ook: scabinale brief of akte: akte gepasseerd ten overstaan van of door schepenen.

Scaren

oogst

Scheling(e)

geschil, civiele rechtzaak. Schelachtig: in een geschil, een proces verwikkeld.

Schepen

jaarlijks benoemde lokale bestuurder

Schikken

sturen, zenden

Schutlaken

dwarsdam met afsluitbare koker in weteringen

Secluderen (seclusie)

afzonderen, uitsluiten (uitsluiting), bijv. seclusie van de weeskamer: uitsluiting van de weeskamer terzake van het beheer van aan minderjarigen (onmondigen) opgekomen erfenissen.

Sententie

vonnis.

Sigil(l)um

zegel. Sigillatum: is bezegeld. Sigillatur: wordt of is bezegeld. Sigillavit: hij heeft bezegeld.

Signature

handtekening, ondertekening. Signavit: hij heeft ondertekend.

Sint(e)

de heilige... Latijn: sanctus en afgeleide daarvan naamvalsvormen: van-vorm: sancti; vrouwelijk: sancta met van-vorm, sanctae of sancte.

Sisteren

verschijnen in rechte

Sinxen

pinksteren

Solvit

(latijn) heeft betaald (in boekhoudingen).

Specialyck

in het bijzonder. Zie ook generalyck. staan over

(een akte) Als openbaar gezag en als voor de rechtsgeldigheid vereiste garantie bij het passeren van een akte aanwezig zijn. Vandaar: ten overstaan van de notaris e.d. Ook: ten overstaen ende in bijwezen van . .; hier waren bij, aen ende over.

Staten van egalisatie

overzicht van de vereffening van het aan de Generaliteit te veel betaalde door de provincies

Staten van Oorlog

jaarlijkse begroting door de Raad van State aan de proviencies gezonden

Sterfhand, dode hand

geestelijke liefdadige instelling. Zie ook mortificeren. stok leggen (stoklegging)

in rechte afstand doen van onroerend goed en dit aldus in eigendom overdragen door de formele handeling van het neerleggen van een stok als eigendomssymbool, o.m. in Drenthe. Vgl. 'halme geven.

Subscripsit

(latijn) hij heeft dit ondertekend; was getekend. Afgekort: ss.

Successoer

opvolger

Summa

(latijn) som, totaal, bedrag. Summa totalis: eindbedrag; summa lateris: bedrag van deze bladzijde.

Suppliant (Supplicatie)

indiener van een verzoek of request (supplicatie)

Suplicie

aanvulling

Suspenderen

schorsen

 Terug

 

 

T

Talen

spreken, o.m. in rechte (dingtalen). Zie ook ding.

Tauxeren

taxeren, schatten.

Tax

o,m. verschuldigde portie (werk), vanwaar: taak.

Ten waere

tenzij

Tocht

vruchtgebruik

Tochter

vruchtgebruiker

Totten (Totter)

samentrekking van, tot den (tot der).

Tresorier (Thesaurier)

ontvanger, fiscus, penningmeester, comptabele.

Tijns, (Tins), Tiend

belasting, schatting, maar ook vaak pacht, rente. Van latijn: census. Vgl; ons accijns. Ook tins, tijns e.a. varianten.

 Terug

 

 

U

Uit(t)en

uit den

Uit(t)er

uit der

Uyterlijck

uiterste. Bijv. uyterlijcke meeninge ende wille: uiterste wil, testament

Iytgeset (Uytgescheiden)

met uitzondering van.

Ut supra

(latijn) als boven (genoemd), als hiervoor.

 Terug

 

 

V

Vacat

(latijn) staat open, is leeg, vacant. vaceren

openstaan; leeg, onbezet zijn. Zitting houden (vacatiedagen: zitdagen).

Van

o.m. door (vgl. duits, von). Bijv. van de heete sieckte besocht: door de pest aangetast. Modern: ben je nou helemaal van de ratten gebeten?

Vast ende stade (gestadig)

blijvend, definitief rechtsgeldig, onaanvechtbaar. In akten.

Verband

zekerheid van een schuldeiser, door de wet of door een schuldenaar gegeven verhaalsmogelijkheid bij niet nakoming van verplichtingen. Speciaal verband:

bijv. hypotheek-generaal verband: de ook in het moderne recht geldende regel dat iemand met zijn hele vermogen en persoon voor zijn schulden aansprakelijk is.

Verbeyder

gerechtigde op de troonsopvolging.

Vergiën

in recht verklaren

Verhopen

hopen. Nu nog in: onverhoopt.

Verlijden (Verlij)

het laten passeren van een akte door partijen; het opmaken van een rechtens vereiste akte door o.m. een notaris, schepenen. Vandaar bijv. verlij ende opdracht: het ten overstaan van schepenen passeren van de akte (verlijbrief) waarin formeel de eigendom van o.m. een onroerend goed wordt op- of overgedragen.

Vermenen

menen, van oordeel zijn. Nog in: vermeend (buitenspel).

Vermeten (hem)

o.m. durven beweren, zich beroemen op; in rechte iets beweren. Vgl. modern nederlands:

vermetel.

Versterf

zie aenbesterven.

Vertiën, Vertichten

o.m. in rechte afstand doen van iets (eigendom onroerend goed; deel van een gemeenschappelijke erfenis t.b.v. mede-erfgenamen, bij boedelscheiding). Voltooid deelwoord o.a. vertegen

(hem) Vervorderen .......

zich (wederrechtelijk) de bevoegdheid aanmatigen om. . ., de wet overtreden door. . ., een misdrijf of overtreding begaan door. . . Strafrechtsterm, o.m. in vonnissen.

Verweerder

gedaagde (in een proces)

Verwin

gerechtelijke toewijzing van geld of goederen voor een aantal jaren, gedurende welke de ontvanger(verwinhebber) het vruchtgebruik genoot

Vidit

(latijn) 'heeft dit gezien', 'gezien n.n.'. Vergelijkbaar met de moderne paraaf.

Voeralderen

voorouders

Voercommer

Verplichting

Voster

Deurwaarder

Volbord

toestemming, bewilliging. Ook vonnis, uitspraak.

Vo(o)rderinge

bevordering.

Voordane

voorts, vervolgens (middeleeuws).

Te Voorschoter ende Valkenburger markt

veel voorkomende betalingstermijn in Holland. Op grote jaarmarkten in de middeleeuwen ontmoette iedereen immers iedereen.

Voorseit, Voorsc(h)reven

voornoemt voornoemd. Doorgaans in afgekorte vorm: voors., voorser., voern.

Voorstanders

bestuur(ders).

Voortmeer

voorts, vervolgens.

Voorvorderen

voorouders; ambtsvoorgangers.

Vormund(ere)

(noord- en oostned.) voogd(en).

Vroe(d)schap (na bester...)

'naar beste weten en kunnen' Letterlijk, wijsheid

Vrunden

behalve vrienden o.m. verwanten, familie.

Vrij (eigen) goed

onroerend goed met volledig eigendomsrecht naar burgerlijk recht, waarvan eîgendomsoverdracht plaats vindt ten overstaan van het plaatselijke gerecht, m . n. schepenen. Ook wel allodiaal goed genoemd. Tegenover feodaal of leengoed, waarvan het gebruiksrecht (bijna gelijk aan de gewone, volle eigendom) wordt overgedragen door leenheer en leenmannen.

Vrijen ende waren

bij eigendomsoverdracht ervoor instaan dat de nieuwe eigenaar ook werkelijk eigenaar is, zonder op dat punt door anderen te kunnen worden aangesproken.Variant: waarschap doen. Modern: vrijwaren.

Vrijheid (der stede...)

stadsrecht, d.i. het geheel van privileges (voorrechten, gunsten, als uitzonderingen op het algemeen geldende recht) dat door de landsheer aan een stedelijke gemeenschap is verleend. Territoir waarop dit stads-recht van toepassing is, het stadsgebied. Ook: vrijende gerechtigheden.

 Terug

 

 

W

Waerscap

vrijwaring

Waer 't sake (Waer oock dat sake)

indien ('wanneer de zaak zo zou zijn dat. . .', 'wanneer het geval zich zou voordoen dat.

Waerlijck (Weerlijck)

wereldlijk, bijv. in de combinatie waerlijck ofte geestelijck.

ende Want wij

omdat wij (middeleeuws).

Weer

juridisch: feitelijk genot van een zaak, bijv. bruyckweer: pacht. Vandaar dat weer ook betekent: akker, hoeveelheid grond.

‘t Welck doende

'slotformulering onder een rekest of verzoekschrift, afkorting van: 't welck doende zult gij wel doen', hetgeen zoveel betekent als 'als u, overheid, dit doet, dan doet u goed'.

Weldogend maken

deugdelijk houden

welverstaende

wat (voor het goede begrip) betekent dat. . .; wat moet worden opgevat als.

Werden

tot ca. 1800 algemeen in plaats van ons huidige 'worden'.

Wilner (Wilnier, Wilnere)

wijlen (samentrekking van wijlen en eer(tijds)). Ook: weleer.

(Wille)keuren

letterlijk ook, kiezen. Vgl. gekoren: gekozen. ook in: uitverkoren; verordenen, een keur uitvaardigen, bijv. door een stadsbestuur, een waterschap, een hoogheemraadsehap. De keurbevoegdheid, het recht om naar eigen believen de burgers en derden bindend wettelijke bepalingen te stellen, wordt wel gezien als de kern van de vroegere stedelijke autonomie. Vgl. modern nederlands, 'willekeurig handelen': doen zoals je hartje ingeeft, zonder redelijkheid in acht te nemen, alsof je autonoom bent, het recht in pacht hebt.

Witachtig (Witlijck)

wettig, wettelijk; rechtsgeldig, met rechtskracht. In die laatste betekenissen gelijk aan: geloofwaerdig, zie aldaar.

Woe

(noord- en oostned.) hoe.

van Woorde te Woorde

woord voor woord letterlijk luidende. . . Formule in vidimussen. Bijv. houdende alleens...: sprekende.

 Terug

 

 

Z

Zaakweldige

crediteur; aansprakelijke persoon.

Zadelleen

leengoed dat aan de leenheer een gezadeld paard leverde; onderhevig aan bepaalde regels bij vererving

Zaliger gedachtems

wijlen, vaak afgekort z.g. of s.g. (latijn: pil(a)e memori(a)e: p.m. Ook: beat(a)e memori(a)e.

Zeedland

zaailand.

Zegel (uithangend)

aan de perkamenten oorkonde vastgevlochten met een afzonderlijke (dubbele) strook perkament of koord. Aanhangend: aan de akte gehecht op een onderaan ingeknipte strook perkament van de oorkonde zelf. De bewijskracht van de akten lag in de middeleeuwen in het wassen zegel. De handtekening werd pas geleidelijk een eerste vereiste. Tot eind 18de eeuw bezegelden de plaatselijke gerechten verschillende akten (transport en hypotheek onroerend goed). Tegenwoordig komen zegels voor bij volkenrechtelijke overeenkomsten (verdragen) en plechtige oorkonden die van de koningin uitgaan. Zegel-tocht: bezegeling (van een akte).

Zeggen

o.m. vonnis, uitspraak. Bijv. dit's mijns heren zeggen:

mijn heer heeft de volgende uitspraak gedaan. Ook:

ze(g)gers: scheidslieden die uitspraak doen; te zeggen hebben op hem: aanspraak maken (op iets) tegenover hem.

Zenden

sturen

Zoene (ende vrede)

maken vrede sluiten.

Zonderlinge

in het bijzonder, bij uitstek.

Terug