Afdrukken

GENERALITEITSLANDEN.

(Hierbij de bladen 13, 14, 16, 17, 18 en 19).

I. STAATSBRABANT.

 

Hiertoe werden gerekend:

A. De Meierij van s-Hertogenbosch.

B. Het Markiezaat van Bergen op Zoom.

C. De Baronie van Breda.

D. Het Land van Knik en de Stad Grave.

E. De Heerlijkheden Steenbergen, Willemstad en Prinsenland.

F. Stad en Land van Maastricht.

 

De Hooge of souvereine Raad van den Hertog van Brabant, die door de Algemene Staten verbeeld werd, tevens hoogste rechtscollege voor deze landen behalve voor Stad en Lande van Maastricht, doch tevens voor het Land van Overmaze (Valkenburg, Daalhem en ’s Hertogenrade), gevestigd in Den Haag, was de Raad en Leenhove van Brabant en het Land van Overmaze. Deze sprak in hoogste instantie recht in alle civiele zaken die bij appel of reformatie voor hem gebracht werden van alle rechtbanken in die landen, van de zogenaamde Hoofdbanken alleen bij reformatie. Voorts deed hij uitspraak in zaken ’s Lands Hoogheid betreffende en in domeinzaken, leenzaken, enz. (Zie Tegenwoordige Staat II, blz. 10 en Groot Placaatboek II, blz. 849. )

 

A. MEIERIJ VAN ’s HERTOGENBOSCH.

 

De Hooge rechtspraak werd in de gehele Meierij, buiten de heerlijkheden die Hooge rechtspraak hadden, uitgeoefend door de Hoogschout van 's-Hertogenbosch met de schepenen van die stad. De Meierij was verdeeld in vier Kwartieren Oosterwijk, Kempenland, Peelland en Maasland. In elk Kwartier was een Kwartierschout, die aan het hoofd van de burgerlijke regering stond, de Kwartiervergaderingen bijeenriep en daarin voorzitter was. In de rechtbanken van de dorpen, zogenaamde „Statendorpen" aldus genoemd in tegenstelling met de heerlijkheden oefende hij met de schepenen dier banken, in de meeste ten getale van 7, de Lagere rechtspraak. Vele dorpen waren bij twee of meer onder een rechtbank verenigd. De heerlijkheden hadden tegen het einde van de Republiek bijna alle hoog gerecht.

 

Indeling.

Kwartier van Oosterwijk.

 

Stad en Vrijheid van 's-Hertogenbosch.

De rechtbanken van de Statendorpen:

Oosterwijk (Vrijheid),

Helvoirt,

Vucht,

Esch

De Heerlijkheden Hilvarenbeek, Diessen, Westelbeers en Riel behoorden half de Staten en half een Heer. Maar de Hooge en Lage jurisdictie werden resp. door de Hoogschout en Kwartierschout uitgeoefend evenals in de Statendorpen, althans in 1471-’73 (Hermans Bijdrage van de Geschiedenis van Noord-Brabant II, blz. 383).

Hooge Mierde, Lage Mierde en Hulsel.

De Heerlijkheden met hoog gerecht:

Sint-Michielsgestel (Gestel) met Gemonde, waarin lagen de kastelen, tevens heerlijkheden met hoog gerecht: 

Oud-Herlaar,

Nieuw-Herlaar.

Zie voor dit Gestel, Gemonde, Oud- Nieuw-Herlaar de Tegenwoordige Staat II, Bijv. blz. 601.

Boxtel. Vrije Heerlijkheid met titel van Baronie (Tegenwoordige Staat, Hermans, Bijdrage II, 380).

Gestel bij Oosterwijk (Moergestel) in 1560 pandschap gegeven en in 1657 niet ingelost (van der Aa. Woordenboek), dus nog met hoog gerecht. De 5e Mei 1763 werd M. Bles beleend met de heerlijkheid Moergestel, „zo die consisterende is in Hooge, Middele en Laege jurisdictie met alle de ap- en dependentiën van dien”. De belening had plaats met een beroep op het „contract van koop, cessie en transport der Hooge heerlijkheyd „Moergestel, van ouds genaamd Gestel bij Oosterwijk” (Raad van Brabant Leenregister).

Tilburg en Goirle (Drossaard, Tegenwoordige Staat; Hermans, Bijdrage II, blz. 379).

Venloon (Loon op Zand) (Hermans, Bijdrage II, blz. 379)

Drunen (Drossaard Tegenwoordige Staat Hermans, Bijdrage II, 379) De 5e februari 1784 werd Graaf Th. van Oultremont en Warfuze beleend met „het dorp van Druenen, de tol van Venloo, mette heerlijkheden, Hooge, Middele ende Lage, manschappen, chijnsen, renten, waranden, visscherijen ende allen haren toebehoren” (Raad van Brabant Leenregister).

Waalwijk (Drossaard. Tegenwoordige Staat; Hermans Bijdrage II, blz. 381).

Gansooien (hoog, middel en laag gerecht Tegenwoordige Staat; Hermans. Bijdrage II, blz. 379).

Haagoord. Een heerlijkheid met hoog gerecht. de 13de December 1763 werd A.E.F.M.L.I. Marquis de Croix beleend „mette heerlijkheid van Hagoort mette Hooge geregten ende nedere met alle zijne toebehoorten” (Raad van Brabant Leenregister). Nieuwkuijk. Nog in de 17e eeuw onder Luik gerekend, met eigen Hooge rechtspraak. In het rechterlijk archief (Rijks Archief ’s Hertogenbosch) is een criminele rol aanwezig.

 

Kwartier van Kempenland.

 

Heerlijkheid met hoog gerecht (met de stad) Eindhoven.

Statendorpen, behorend tot de volgende rechtbanken;

Lommel Bergeik,

Riethoven en Westerhoven,

Borkel en Schaft,

Dommelen,

Eersel, Duizel en Steensel,

Hapert, Hoogeloon en Casteren,

Bladel, Reuzel en Netersel,

Middelbeers en Oostelbeers,

Vessem,

Knegsel en Wintelre,

Oerle(Vrijheid),

Zeelst,  Velthoven en Blaarthem,

Meerveldhoven.

De Heerlijkheid (Vrijheid) van Oorschot met Best behoorde half de Staten half een Heer toe. De regeringspersonen werden gedeeltelijk door de Staten, gedeeltelijk door de Heer aangesteld, de Drossaard of Schout door de Heer (Tegenwoordige Staat). Er waren schepenen, gezworenen en raadsmannen. Volgens Hermans (Bijdrage II,blz. 383) behoorde de administratie van de Hooge Heerlijkheid aan de Landsheer in 1471-1473, dus als te Hilvarenbeek ca.

Heerlijkheden met hoog gerecht waren voorts:

Woensel,

Strijp,

Gestel,

Stratum

deze vier behoorden evenals Eindhoven, aan de Prins van Oranje en waren met deze laatste „verenigd” (Tegenwoordige Staat, II,blz. 96). Zeker is het dat in 1750 Gestel met Strijp en Stratum samen één Dingbank hadden van 7 schepenen (Boekenzaal d. gel. wer., 1750, blz. 588 en 589). Ook de Tegenwoordige Staat noemt deze drie bijeen en zegt dat Gennep (gehucht onder Gestel) en Eckart er toe behoorden (II, blz. 96). Dit laatste was een afzonderlijke heerlijkheid (van der Aa, Woordenboek), bestaande in een kasteel met omgeving, deel uitmakend van het kerspel Woensel. Woensel had een eigen rechtbank van 7 schepenen (Ald. II, blz. 96). Onder Woensel behoorde waarschijnlijk de Heerlijkheid Eckart, een kasteel met omgeving (Ald. II, 96).

Waalre en Valkenswaard (Hermans, Bijdrage II, 384). Hadden één Heer en één gerecht (Tegenwoordige Staat II, blz. 97), zijn volgens van der Aa (Woordenboek op Waalre en Valkenswaard) begin 19e eeuw gescheiden. Hooge jurisdictie: in het rechterlijk archief (Rijks Archief ’s Hertogenbosch.) is een criminele rol aanwezig.

Aalst (Hermans, Bijdrage II, blz. 384). Waarschijnlijk alleen met Lage jurisdictie. 24 April 1721 verleende de Raad van Brabant aan M. E. van der Cluse, vrouwe van Waalre, Valkenswaard en Aalst, octrooi om de heerlijkheden te mogen splitsen (Notulen Raad van Brabant). In de na dien gevolgde beleningen wordt slechts in het algemeen gesproken van de „heerlijkheid van Aalst met de ap- en dependentiën van dien” e.d. In het rechterlijk archief is geen criminele rol aanwezig.

 

Kwartier van Peelland.

 

Hooge Heerlijkheid en Stad Helmond.

Statendorpen, vormend de Lagere rechtsgebieden

Sint-Oedenrode,

Schijndel,

Veghel,

Erp,

Zon en Breugel,

Nederwetten,

Nuenen en Gerwen,

Tongelre,

Bakel,

Lierop,

Zomeren (Vrijheid).

Heerlijkheden met hoog gerecht:

Deurne, als Hooge heerlijkheid erfelijk verkocht in 1660 {van der Aa Woordenboek).

Liessel. Deurne en Liessel waren afzonderlijke heerlijkheden met eigen rechtbanken volgens Tegenwoordige Staat II, blz. 110, doch zijn als één getekend op de kaart van Verhees. Ook van der Aa zegt dat Deurne met Liessel tot één heerlijkheid verenigd werd na de verkoop in 1660 aan Baron van Leefdaal. die heer van Liessel was. Vermoedelijk bestond er dus slechts een persoonlijke band.

Vlierden, met hoog gerecht, want 26 Juni 1781 werd F. J. M. d’Aumerie beleend „mette Hooge heerlijkheid van Vlierden mette ap- en dependentiën van dien” (Raad van Brabant, Leenregister).

Asten (Drossaard Tegenwoordige Staat; Hermans, Bijdrage II, blz. 380).

Aarle en Rixtel,

Beek en Donk afzonderlijke Heerlijkheid, van der Aa. Woordenboek (volgens Tegenwoordige Staat één gerechtsbank; ook bij Verhees.)

Aarle en Rixtel had Hooge jurisdictie: 28 februari 1787 werden W. J. Gualtheri en M. J. Gualtheri beleend „mettet huys van Rixtel, de windmolen en watermolen, mette landen, beempden, renten, chijnsen, manschappen ende andere heure toebehoorten, te weten die Hooge, Middele en Lage jurisdictie” (Raad van Brabant Leenregister).

Beek had ook Hooge jurisdictie. In het rechterlijk archief (Rijks Archief ’s Hertogenbosch ) is een criminele rol aanwezig.

Lieshout, met hoog gerecht, want in het rechterlijk archief (Rijks Archief ’s Hertogenbosch ) is een criminele rol aanwezig. De grondheerlijkheid er van werd beweerd door de Heer (van der Aa, Woordenboek). Stiphout met drossaard, volgens Tegenwoordige Staat; Hermans, Bijdrage II, blz. 381.

Mierlo (Hermans, Bijdrage II, blz. 383). Met Hooge jurisdictie. 8 Maart 1792 werd M. G. C. Baron van Scherpenzeel-Heusch beleend met „het Hooge gerigt en jurisdictie van Mierlo” (Raad van Brabant Leenregister).

Geldrop met hoog gerecht (Tegenwoordige Staat II, blz. 115 en Hermans, Bijdrage II, blz. 382).

Heeze en Leende met zes Gehuchten, Baronie, (Hermans, Bijdrage II, blz. 379)

Baronie van Kranendonk met 2 banken, nl.

Maarheeze,

Soerendonk en Gastel,

Budel. Volgens van der Aa behoorde Budel niet tot de Baronie, wel volgens de Tegenwoordige Staat en de Kaart van Verhees.

Liempde (Hermans, Bijdrage II, blz. 380).

 

Kwartier van Maasland.

 

Statendorpen onder de rechtbanken van:

Oss,

Rosmalen,

Berchem,

Nistelrode,

Heesch,

Lithoijen,

Alem.

Heerlijkheden met hoog gerecht waren:

Nuland, heerlijkheid met hoog gerecht. de 11de oktober. 1790 werd A. Crena beleend met „de Hooge, Middele en Lage heerlijkheid van Nuland mette ap- en dependentiën van dien” (Raad van Brabant Leenregister). Volgens ,Oudenhoven. Meierij, blz. 67, had het (1670) één rechtbank met Rosmalen.

Berlikum in 1660 verkocht met behoud van..waaronder niet de Hooge Heerlijkheid (van der Aa) 7 schepenen.

Dinther (Hermans, Bijdrage II, blz. 380). Hooge jurisdictie. 20 februari 1788 werd Mr. C. J. Speelman beleend „met de heerlijkheid en goederen van Dinter met de heerlijkheeden, Hooge, Middele en Laage, met de landen, beembden, heyden en wijden, vogelarijen, waranden, collatiën en giften van benefitiën en alle andere heure toebehoorten” (Raad van Brabant Leenregister).

Heeswijk (Hermans, Bijdrage II, blz. 380). Hooge jurisdictie. 20 februari 1788 werd Mr. C. J. Speelman beleend met „het dorpshuys, goeden en heerlykheyd van Heeswijk met de heerlijkheeden, Hooge, Middelen en laegen, met landen, beempden, hoeven, weyden, molen, renten, chijnsen, manschappen, laetschappen, vogelarijen, visscherijen, waranden, collatiën en giften van benefitiën ende alle heure toebehoorten” (Raad van Brabant Leenregister).

Geffen. Baljuw volgens Tegenwoordige Staat, Hooge Heerlijkheid volgens van der Aa.

Lith (Hermans, Bijdrage II, blz. 383). Hooge jurisdictie. In het rechterlijk archief (Rijks Archief ’s Hertogenbosch ) is een criminele rol aanwezig.

Empel en Meerwijk (Hermans, Bijdrage II, blz. 382). Hooge jurisdictie. In het rechterlijk archief (Rijks Archief ’s Hertogenbosch ) is een criminele rol aanwezig.

Kessel en Maren. Volgens Hermans, Bijdrage II, blz. 380, was Kessel reeds in 1471 – 1473 een Hooge Heerlijkheid. De Heerlijkheid Kessel en Maren werd in 1730 aangeslagen door de Raad van Brabant en verkocht, bij vergissing met titel van Baronie (van der Aa). Met Hooge jurisdictie, want in het rechterlijk archief (Rijks Archief ’s Hertogenbosch ) is een criminele rol aanwezig.

Wat de grenzen van de genoemde rechtsgebieden betreft, gedeeltelijk kon daarvoor gevolgd worden de Kaart van de Meierij van 's Hertogenbosch, enz. van Verhees van 1794, d.w.z. voor zoveel zij mistekend zijn, verbeterd naar de Topografische Kaart in verband met de grenzen van de tegenwoordige gemeenten. Maar niet alle bedoelde grenzen zijn op die kaart te vinden, daar enige groepen van rechtsgebieden binnen een enkele grens zijn bijeengevoegd.

Wij zagen dat de heerlijkheden in de Meierij grotendeels hoog gerecht hadden. Maar de Tegenwoordige Staat (II, blz. 126) vermeldt van de meeste niet tot welke dezer beide soorten zij behoren. Uit het overzicht van de rechtsgebieden in Noord-Brabant van Mr. Krom in het Jaarverslag van 1882 van de Rijksarchieven in Nederland is dit evenmin op te maken, daar het geheel naar de Tegenwoordige Staat gevolgd is. Ook blijkt dat onderscheid niet uit de Kaart van Verhees. Een onderzoek in het Leenregister van de Raad van Brabant en de rechterlijke archieven op het Rijks Archief te ’s Hertogenbosch aanwezig moest de onzekerheid omtrent vele opheffen. Daarbij bleek dat tegen het einde van de Republiek de meeste heerlijkheden hoog gerecht hadden. In het hierboven gegeven overzicht zijn bij verschillende rechtsgebieden de bewijsgronden voor de aard van de Jurisdictie vermeld, terwijl bovendien naar het hieronder meegedeelde wordt verwezen.

 

 Begrenzingen.

Kwartier van Oosterwijk.

 

De Vrijheid van ’s Hertogenbosch verschilde aanmerkelijk van de tegenwoordige gemeente, daar de tegenwoordige gemeente de Dungen daartoe behoorde. Ook was de zuidelijke grens enigszins anders, zodat de Pettelaarschans niet binnen Sint Michielsgestel zoals nu, maar binnen de Vrijheid van de Stad lag (naar Verhees). Naar de Kaart van Verhees is voorts gewijzigd de zuidwestelijke grens ten zuiden van het Fort Isabelle, die zich toen meer naar buiten uitstrekte, tot Vucht en de Dommel. Eindelijk is naar die Kaart de grens in het noordoosten. tegen Rosmalen bij Hintham gewijzigd, nl. in een rechte lijn tussen de A en de Vliertsche Wetering doorgetrokken. Dezelfde grens staat op een Kaart Figuratief van de Baronie van Bokstel en de Heerlijkheid Liempde (Collectie Bodell Nyenhuis Portef. 7, No. 14). Van een latere verlegging van die grens naar de tegenwoordige, die dan waarschijnlijk in de eerste regeringsjaren van Willem I heeft plaats gehad, heb ik echter niets te weten kunnen komen.

De Vrijheid van Oosterwijk bestond uit het gebied van de tegenwoordige gemeenten Oosterwijk, Haren, Ulvenhout en Berkel, behalve in in het zuidoosten, waar zij met een smalle strook tussen West Oost en Middelbeers inschoot. Het meest zuidelijke stuk daarvan, de Heide, was echter quaestieus tussen Oosterwijk en de Beersen (Verhees).

Haren had later een afzonderlijke schepenbank, zegt Mr. Krom, maar hij voegt er niet bij wanneer die werd ingesteld. Ik heb dat rechtsgebied (misschien dat van de tegenwoordige gemeente?) daarom niet als zodanig durven aangeven, maar slechts met dunne zwarte lijntjes.

De zuidelijke grenzen van Vucht waren enigszins anders dan nu. Tegen Boxtel nl. loopt nu de grens langs de A, de Run of het Halsche Water, toen echter liep zij meer noordelijk en ook tegen Esch enigszins anders, (naar Verhees). De Noordwest grenzen van de Meierij tegen Holland zijn bepaald naar de Kaart van Verhees en naar die van P. A. Ketelaar van de Landen van Altena, Heusden en de Langstraat van 1748 (kopie van Hattinga Rijks Archief ’s Gravenhage , No. 1389).

De grenzen van de Heerlijkheid Gansoyen zijn genomen naar de Kaart van Verhees. De Heerlijkheid bestaat dan echter niet alleen uit de Binnen- en Buitenpolders van Gansoyen, zoals van der Aa zegt, maar ook uit een klein westelijk deel van Polder de Oude Waag.

Haagoord was een kleine heerlijkheid (van der Aa), die echter door de Tegenwoordige Staat niet als zodanig genoemd wordt. Zij lag als een enclave in het Hollands gebied. Op de Kaart van Verhees staat wel een strookje ten noorden en ten zuiden van het Oude Maasje aangegeven met het inschrift „Haagoort onder de Meierij,” maar zeker niet binnen juiste grenzen. Haagoord lag in de zuidwest hoek van de latere gemeente Drongelen, die ten zuiden dus niet, zoals de tegenwoordige, door de Bergsche Maas begrensd was. Daar het alleen Polder Haagoord bevatte, was de noordoostelijke grens tegen Drongelen die tussen die polder en de Rooische Polder. Hiernaar zijn de grenzen bepaald.

De grenzen van de andere heerlijkheden en schepenbanken kwamen met die van de tegenwoordige gemeenten overeen, behalve die van het rechtsgebied van Hilvarenbeek, Diessen, Riel en Westelbeers, daar Westelbeers nu tot de gemeente Oostel- , Middel- en Westelbeers behoort. De oostelijke grens is genomen naar de Kaart van Verhees. Het gebied van Riel, nu onder de gemeente Alphen, is van diezelfde kaart overgenomen.

Van Tilburg en Goirle zijn de westgrens bij Riel en in de uiterste noordwest hoek die tegen Dongen ook gewijzigd naar Verhees.

 

Kwartier van Kempenland.

 

De Stad en Heerlijkheid Eindhoven en de vier Heerlijkheden van Oranje daaraan grenzend waren blijkens de Kaart van Verhees begrepen binnen dezelfde grenzen als die van de tegenwoordige gemeenten, behalve Gestel, dat nu met Blaarthem één gemeente vormt. De grens tussen deze beide laatste is van de Kaart van Verhees overgenomen. De tekening binnen één grens van de Stad en de Heerlijkheden zonder hunne onderlinge grenzen duidt waarschijnlijk slechts op de omstandigheid dat zij aan één Heer toebehoorden. (Zie hierboven, blz. 13).

De Heerlijkheid Eckart lag tussen de Dommel en een watertje, de Dode Gracht, volgens de Kaart van Verhees. Daarnaar is zij getekend.

Wat de grenzen van de Statendorpen betreft valt het volgende op te merken. De grenzen van Lommel zijn genomen naar de Kaart van Verhees en het daarbij gevoegd carton nog die van de tegenwoordige Belgische gemeente. Tussen de rechtsgebieden van Lommel en Bergeik lag de Luikse Heerlijkheid Luyksgestel als enclave. In de noordwest hoek van Lommel zijn de grenzen dezer drie gebieden, waar zij aldaar bijeenkomen, enigszins gewijzigd zie de Kaart.

Onder de Rechtbank van Bergeik, Riet en Westerhoven behoorden ook Borkel en Schaft. Deze beide laatste worden in de Tegenwoordige Staat in ’t geheel niet genoemd, maar zij waren er toch geheel, burgerlijk en rechterlijk, mee verenigd, benoemden eigen schepenen in de Dingbank, enz. (Panken en Sasse van Isselt. Beschrijving van Bergeik, blz. 111 e. v.).

Van de tegenwoordige gemeente Westel-, Middel- en Oostelbeers behoorde Westelbeers tot Hilvarenbeek, Diessen en Riel. De west grens van Middel- en Oostelbeers tegen Westelbeers en tegen de quaestieuse heide onder Oosterwijk (zie boven, blz. 18) is genomen naar de Kaart van Verhees.

Het rechtsgebied van Zeelst, Veldhoven en Blaarthem bestond uit gebieden van de tegenwoordige gemeenten Zeelst, Gestel en Blaarthem (behalve Gestel zie boven), Veldhoven en Meerveldhoven, behalve Meerveldhoven, dat een afzonderlijke rechtbank had. Voor dit laatste is de tegenwoordige kadastrale sectie van dien naam getekend.

De Abdij van Postel met aanhorige gebouwen, landen en bossen is tot 1785 als neutraal beschouwd, daar bij de Vrede van Munster niet is uitgemaakt aan wie zij eigenlijk toekwam. De Ontvanger van de Verpondingen in Kempenland stelde ze op zijn rekening met de bijvoeging: „niet ontvangen, also de zaak is hangende voor de Chambre mi partie.” (Mees Geschiedkundige Atlas, Beschrijving Zesde Kaart, blz. 27). De Staten hadden de bezittingen van de Abdij op hun territoir gelegen, geconfisqueerd en verkocht. In 1785 bij het Verdrag van Fontainebleau hebben zij van al hunne aanspraken op Postel afstand gedaan aan Oostenrijk.

Voor de grenzen, die met een dunne zwarte stippellijn zijn aangegeven, zijn de tegenwoordige gemeentegrenzen van Moll genomen, behalve voor een klein gedeelte aan de zuidzijde, waar ze slechts naar gissing getekend zijn.

 

Kwartier van Peelland.

 

De grenzen tussen dit Kwartier en Pruisisch Opper-Gelder (het Land van Kessel) vallende in de Peel werden ter beslechting van langdurige geschillen eindelijk in November 1716 tussen Kommissarissen van de Koning van Pruisen en van de Algemene Staten bij Verdrag nader bepaald (Tegenwoordige Staat II, blz. 100 e. v.); de daarin genoemde punten zijn op deze Kaart aangegeven.

Het gebied van de Stad en Heerlijkheid Helmond kwam overeen met dat van de tegenwoordige gemeente, behalve dat het in het Zuiden een smalle uitloper had langs de A, nu onder Lierop, dien ik van de Kaart van Verhees overnam.

Voor het rechtsgebied van Nederwetten nam ik de kadastrale sectie van dien naam van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Dat van de beide eerste bleef dus over.

Voor de grenzen van Liessel tegen Deurne zijn genomen die van de kadastrale sectie van de naam van de tegenwoordige gemeente Deurne.

De Heerlijkheid Sterksel, afzonderlijk op de Kaart van Verhees aangeduid, is in 1220 afgesplitst van Heeze en Leende en uitgegeven aan de Abdij van Everbode bij Leuven. Zij schijnt zich later wel tijdelijk rechtspraak aangematigd te hebben, maar de Heer van Heeze en Leende is daartegen opgekomen, (van der Aa Woordenboek.). Daar bovendien de Tegenwoordige Staat Sterksel niet noemt, heb ik deze Heerlijkheid niet als afzonderlijk rechtsgebied aangegeven, maar ze slechts door een dunne zwarte stippellijn afgescheiden.

 

Kwartier van Maasland.

 

De grenzen van de rechtsgebieden van dit kwartier komen in ’t algemeen met die van de tegenwoordige gemeenten overeen, behoudens de grens van Rosmalen tegen ’s Hertogenbosch.

De tegenwoordige gemeente Alem, Maren en Kessel omvat twee voormalige rechtsgebieden, dat van de Bank van Alem en dat van de Heerlijkheid Maren en Kessel. De grens tussen deze beide komt wel op de Kaart van Verhees voor, doch nauwkeuriger op een getekende kaart op grote schaal, nl. van de gemeenten Alem, Maren en Kessel van 18... (Rijks Archief ’s-Gravenhage , No. 1703), waarvan zij overgenomen is. Het aan de Maasdijk grenzende „Alemsche Broek” ten noorden van de Hertogs-Wetering ligt dan onder Alem, ten westen daarvan een klein stukje onder Maren en weer ten westen hiervan, geheel buitendijks op de Korenwaard, een stuk, waarin op de Kaart van Verhees staat „onder Alem en Maren”. Of dit laatste op gemeen eigendom dan wel op gemeen rechtsgebied betrekking heeft is mij nergens gebleken.

 

B. MARKGRAAFSCHAP VAN BERGEN OP ZOOM.

 

Dit bevatte: De Stad Bergen op Zoom met haar rechtsgebied (Buitenpoorterij) met eigen Hooge en Lage jurisdictie. Ten platten lande werd recht gedaan door een aantal bijzondere rechtbanken in de dorpen en heerlijkheden, waarvan de meeste, men kan wel zeggen bijna alle, Hooge, Middelbare en Lage rechtspraak uitoefenden. Zij deden dit zelfstandig, als zij zelf 7 schepenen hadden; hadden zij er minder in de regel 5 of 4 dan werd voor criminele zaken het getal van zeven vol gemaakt door toevoeging van schepenen van een bepaald ander dorp. Een bijzonder onderzoek naar dit onderwerp, waaromtrent de Tegenwoordige Staat der Nederlanden (Dl. III) niet volledig is, moest worden ingesteld !). Van alle vonnissen in civiele zaken ten platten lande gewezen was beroep op het Hof van Justitie te Bergen op Zoom. Voorts van alle vonnissen in burgerlijke zaken, zowel van de Stad als van het Hof, beroep op de Raad van Brabant in de Haag.

De verdeling in vier Kwartieren, elk met een Drossaard, had alleen betrekking op het burgerlijk bestuur.

 

Indeling.

‘) De uitkomsten zijn voor een groot deel te danken aan de welwillende hulp van Mr. Ebell en worden in het volgende meegedeeld.

 

Westkwartier.

RECHTBANK RECHTSPRAAK BLIJKT UIT: TE VINDEN IN: OPMERKINGEN:
Wouw. Crimineel 7 schepenen en 1 burgemeester Uittreksel Criminele Rol. Commissie van Breda, No. 1181 Hiertoe ook Langendijk. (Tegenwoordige Staat II blz. 171 ; volgens van der Aa. Woordenboek onder Rucphen)
Moerstraten. Crimineel 5 schepenen met 2 schepenen van Bergen op Zoom. Costumen ende Usantiën van Bergen Op Zoom. Tit. I, Art. III (A°. 1617).

Ook volgens Tegenwoordige Staat II, blz. 173.
Vorenseinde.

Crimineel 4 schepenen met 3 schepenen van Wouw

Crimineel Rem. en Consid. o. h. diploma van Huijbergen van 3 November 1755. Commissie van Breda, No. 1181 (Dossier H.) De Drossaard van Wouw was er schout (Tegenwoordige Staat II).
Halsteren.

Crimineel 7 schepenen. (waarvan 1 burgemeester)

Criminele Rolle (1704-1775) Archief Schepenbank. Inventaris. No. 71 en 11bis (Jaarverslag. Rijks Archief ’86 blz 15) Ook volgens Tegenwoordige Staat II, 174.
Noordgeest

Crimineel 5 schepenen Waarvan 1 burgemeester

Crimineel Rolle (1710-1799) Archief Schepenbank Inventaris. no. 7Bis (Jaarverslag. Rijks Archief '86 blz. 16) Ook volgens Tegenwoordige Staat II, 177.
Beiemoer Polder In het criminele. deels onder Halsteren deels onder Noordgeest 3 schepenen en 1 burgemeester Zie Tegenwoordige Staat II.
Auvergne en Glimes Polder Crimineel 5 schepenen waaronder 1 burgemeester Criminele Rolle (1716—1790) Archief Schepenbank Inventaris No. 3bis (Jaarverslag. ’86, blz. 16). De schout van Halsteren was ook hier schout, evenals in Beiemoer, doch in dezen laatste alleen in ’t civiele. (Tegenwoordige Staat II, blz. 174.)

 

Zuidkwartier.

RECHTBANK RECHTSPRAAK BLIJKT UIT: TE VINDEN IN: OPMERKINGEN:
Ossendrecht Heerlijkheid half Markgraaf half de Heer. Crimineel 4 schepenen (1/2 Heerlijkheid) later 7 Uittreksel Resolutieboek met beg. schrijven (1791). Commissie van Breda No. 1181.

Calfvenne. Heerlijkheid Middele en Lage jurisdictie. Hooge aan de Heer van Bergen op Zoom. Nieuw Leen Register van Bergen 0p Zoom. Commissie. van Breda 1249, blz. 4847.

Woensdrecht. Crimineel 7 schepenen, waaronder 1 burgemeester Uittreksel Criminele Rolle (1789). Commissie van Breda No. 1234.

Putte(n). Crimineel 5 schepenen met 2 schepenen van Woensdrecht Afschrift van e. sententie criminele. van 1755- En remarques (zie Vorenseinde) Commissie van Breda No. 1181. (Dossier H.)

Zuidgeest. Crimineel 4 schepenen met 3 schepenen van Noordgeest. Remarques, enz. (zie Vorenseinde). Commissie van Breda No, 1181. (Dossier H.)
Huijbergen, deels op Oostenrijks., deels op Staatsgebied Crimineel sed. 1755; daarvóór laag en middel. gerecht aan het klooster (schepenen en vorsters) en Markgraaf hoog gerecht (Drossaard van Wouw) Oorkonde van erectie 3 November 1755 (gew. 9 februari I751) Commissie van Breda. Klooster op Oostenrijks gebied
Hoogerheide , Heerlijkheid Crimineel 5 schepenen De Uitg. brief van 8 Mei 1313 en Brief van Heer van 21 Juni 1695 aan zijn schout over 3 gauwdieven. Ook in Tegenwoordige Staat II, 180 Archief Domeinraad Mark. van Bergen 0p Zoom Commissie. van Breda No. 1181.
Borgvliet, Heerlijkheid Crimineel 7 schepenen Waaronder 1 burgemeester. ( 5 schepenen , 2 vorst. Tegenwoordige Staat II, 183 Behoorde niet tot het Markgraafschap. Later was de Markgraaf er Heer van. Drossaard van Wouw was er schout (Tegenwoordige Staat)

Oostkwartier

RECHTBANK RECHTSPRAAK BLIJKT UIT: TE VINDEN IN: OPMERKINGEN:

Oudenbosch

Crimineel 7 schepenen

Uittreksel Criminele Rol 1786

Commissie Van Breda

Drossaard van het kwartier zat voor in de rechtbank (Tegenwoordige Staat II 186)

De Hoeven

Crimineel 4 schepenen Door Markgraaf En 3 door de Bisschop van Antwerpen

Uittreksel Criminele Rol 1790

Commissie van Breda No. 1181.

Sint Maartenspolder.

5 schepenen Hooge jurisdictie deels onder Oudenbosch deels onder Hoeven.

Uittreksel Register Domeinraad Markgraafschap B. 0. Z. 1720—1739. Bij een crimineel feit in 1737 aan Oudenbosch opgedragen. bij Besluit van die van de Rade en Rek. van de Markgr.

Oud-Gastel.

Crimineel 7 schepenen.

Criminele Rolle (1733—1796).

Archief Schepenbank Inventaris No. 26bis; Jaarverslag Archief ’86, blz. 24.

Nieuw-Gastel

Crimineel 7 schepenen. Zittingen op rechthuis Oud-Gastel.

Uittreksel Criminele Rol. 1792

Commissie van Breda No. 1223.

Rucphen.

Crimineel 7 schepenen.

Afschrift. van een Crimineel vonnis 1728 en Criminele rollen 1718—1803.

Commissie van Breda No. 1180.

Zegge

Crimineel 7 schepenen.

Criminele Rolle (1700 —1802).

Archief Schepenbank Inventaris No. 7, Jaarverslag Rijks Archief '87, blz. 57.

 

Noordkwartier 

RECHTBANK RECHTSPRAAK BLIJKT UIT: TE VINDEN IN: OPMERKINGEN:

'T Zand daar Buiten

Crimineel ?

7 schepenen ( en 3 vorsten)

Volgens Tegenwoordige Staat II, blz. 191 alle rechtspraak Baljuw.

het getal van 7 schepenen maakt de Criminele Rechtspraak zeer waarschijnlijk.

Fijnaart.

Crimineel 7 schepenen , waaronder 1 burgemeester

Uittreksel Criminele Rol. 1789

Commissie van Breda No. 1181.

Had een Baljuw.

Heijningen

Crimineel 7 schepenen , waaronder 1 burgemeester

Akte van instelling Schepenbank in dezelfde rechten als die van Fijnaart Juli 1611

Commissie van Breda

Dezelfde baljuw als Fijnaart.

 

De in dit opzicht vele malen genoemde „Commissie van Breda” heette eigenlijk Commissie van administratie over alle de goederen en domeinen door de Fransche aan de Bataafsche Republiek bij transactie van den 15den January 1800 afgestaan, residerende te Breda." Zij werd ingesteld bij Besluit van het Uitvoerend Bewind van Juni 1800, No. 57. Zij was de opvolgster van de „Commissie van het Uitvoerend bewind tot regeling der geschillen en tot liquidatie der pretensiën door de Fransche republiek op de geestelijke, Paltzische en andere goederen binnen dit gemeenebest gemaakt wordende," welke commissie was ingesteld bij Secreet besluit van het Uitvoerend Bewind van 15 Dec. 1798. Zie Hingman i. d. Bijdrage voor Vad. Geschiedenis en Oudheidkunde Reeks Dl. VIII, blz. 173, onder den titel „Twee Nederlandsche Staatscommissiën.”

Bij het in kaart brengen van het Markgraafschap van Bergen op Zoom deed zich de moeilijkheid voor van een nauwkeurige begrenzing voornamelijk van de zuidelijke rechtsgebieden. Want wel zijn een groot aantal kaarten van onderdelen van het Markiezaat aanwezig op het Rijks-archief te ’s Gravenhage, maar hunne grenzen zijn daarop meestal niet aangegeven, waar zij in woeste gronden, heide, bos, enz. vallen. Het volgende valt voorts omtrent die grenzen op te merken.

 

Begrenzingen.

Westkwartier.

De Buitenpoorterij vormde het noordelijke deel van de tegenwoordige gemeente Bergen op Zoom met een geringe wijziging in het noord westen tegen Noordgeest blijkens de Kaart van de Buitenpoorterij van Bergen op Zoom van de 18 e eeuw (Rijks Archief ’s Gravenhage , No. 1488), terwijl de zuidelijke grens genomen werd naar die kaart en overeenkwam met de noord grens op de Kaart van de Heerlijkheid Borgvliet (Ald., No. 1498).

De grenzen van Wouw waren die van de tegenwoordige gemeente behalve Moerstraten, met aan de oost zijde tegen Rozendaal een geringe wijziging tussen de weg van Wouw naar Rozendaal en de Warbergsche Brug, genomen naar de Kaart van de Heerlijkheid (?) Wouw van H. Adan van 1738 (Rijks Archief ’s Gravenhage , No. 1616); de grenzen van het daaronder behorende Langendijk ten oosten van Rozendaal naar de Kaarten van de Heerlijkheid(?) Langendijk van J. B. Adan van 1784 (Ald., No. 1542), van de Jurisdictie van Rucphen van H. Adan van 1765 (Ald., No. 1604) en van die van Rozendaal, enz. van D. W. C. Hattinga van 1749 (Ald., No. 1672).

Van het rechtsgebied van Moerstraten zijn de grenzen getekend naar de Kaart van de Heerlijkheid (?) Moerstraten van J. H. Adan van 1785 (Rijks Archief ’s Gravenhage , No. 1544).

Het rechtsgebied van Vorenseinde werd overgenomen van de Kaarten van de Jurisdictie van Rucphen van H. Adan van 1765 (Ald., No. 1604) en die van de Heerlijkheid (?) Vorenseinde van J. B. Adan van 1785 (Ald., No. 1607), Het is zonderling dat Vorenseinde tot het Westkwartier behoorde, terwijl het ten oosten van Rucphen ligt, dat deel uitmaakte van het Oostkwartier. De Tegenwoordige Staat geeft het aldus op (II, blz. 173), en dit zal wel juist zijn, want de Drossaard van Wouw was er tevens schout van.

De grenzen van Halsteren en Noordgeest zijn genomen naar de Kaarten van die Heerlijkheden (?), resp. van 1783 en 1749 van H. Adan (Rijks Archief ’s Gravenhage Nrs. 1518 en 1548).

Voor het rechtsgebied van de Beiemoer Polder. nam ik de Oude en Nieuwe Beiemoer Polders en voor dat van de Auvergne- en Glimespolders dat van de polders van dien naam, de oostelijke grens langs de voet van de hoge gronden onder Halsteren en onder Noordgeest.

Hooge Heerlijkheid Borgvliet. Naar de Kaart van de Heerlijkheid Borgvliet (Rijks Archief ’s Gravenhage , No. 1598), behalve voor een klein gedeelte aan de zuid oost hoek, waar de grens als vallende in heide en bos, daarop niet aangegeven is; daarvoor is de tegenwoordige gemeentegrens aldaar genomen.

 

Zuidkwartier

Zuidgeest. Het noord deel van de tegenwoordige gemeente Woensdrecht. De grenzen zijn overgenomen van de Kaart van de Heerlijkheid (?) Woensdrecht en Zuidgeest van P. J. Adan van 1741 (Rijks Archief ’s Gravenhage , No. 1631) en die van de Heerlijkheid (?) Zuidgeest (maker onbekend) van 1760 (Ald. , No. 1632). Woensdrecht. Omvatte de tegenwoordige gemeente behalve Zuidgeest en Hoogerheide en in het zuidwesten zich uitstrekkend tot de Agger, scheidende de Zuidpolder van Woensdrecht van die van de Oude Hinkelenoord (Zeeuwse grens), blijkens de Kaart van de Heerlijkheid (?) Woensdrecht en Zuidgeest van P. Adan van 1741 (Rijks Archief ’s Gravenhage , No. 1631).

Hooge Heerlijkheid Hoogerheide. De Oostelijke en Zuidelijke grenzen vielen samen met die van de tegenwoordige gemeente Woensdrecht. Die van het westelijk gedeelte zijn genomen van de Kaart van het Neerland van Hoogerheide (Rijks Archief ’s Gravenhage , No. 1530). Huijbergen. De toenmalige landsgrens, die het Staats en het Oostenrijks gedeelte vaneen scheidde, is genomen naar de Kaart van de Heerlijkheid van Huijbergen van H. Adan van 2 December 1758 (Rijks Archief, ’s Gravenhage No. 1531); zij komt overeen met die op de Kaart van de limieten tot de gronden van de Heerlijkheid Huijbergen en die van het Klooster aldaar van M. van Gelre en J. Sporkmans van 1656 (Rijks Archief, 's-Gravenhage , No. 1533) .

De grenzen van het Oostenrijks deel tegen Kalmthout naar de genoemde Kaart van Adan vallen juist samen met de oostelijke grenzen van de tegenwoordige gemeente. De zuidelijke grens werd genomen naar gen. Kaart van Adan van de Heerlijkheid Woensdrecht en Zuidgeest van 1741 (Rijks-archief ’s Gravenhage , No. 1631).

Ossendrecht. De zuidoostelijke grens en die tegen Putten zijn genomen naar de Kaarte van Staats-Vlaanderen enz., van W. F. Hattinga van 1747 (No. 21 van de Inventaris van Visvliet Oud-archief Provincie Zeel., blz. 14 aanwezig ter Provinciale Griffie). In 1761 werd de Heerlijkheid van de Aerssens gekocht voor f.72250.

De Heerlijkheid Calfvenne (Calfven) was aan drie zijden door Ossendrecht ingesloten en grensde aan de west zijde tegen den Agger (Zeeland). Op de Kaart van een gedeelte van de Heerlijkheid Calfvenne van H. Adan van 1772 (Rijks Archief ’s Gravenhage , No. 1517) staat „Het leen van Calfvenne in hoog binnen de Jurisdictie van Ossendrecht”. De oostelijke grens staat op de Kaart van de ingedijkte landen, schorren, enz. van de Heerlijkheid Calfvenne met de limietscheiding tussen Calfvenne en Ossendrecht van S. Anemaat van 1652 (Rijks Archief ’s Gravenhage , No. 1516) ten westen van de straatweg getekend, zodat het gehucht van die naam er buiten zou gelegen hebben. Op de genoemde Kaart van Adan (Ald., No. 1517) en op die van enige percelen land, gelegen onder Hoogerheide en Ossendrecht van de 18e eeuw (Ald., No. 1526) loopt die grens echter ten oosten van de straatweg langs en dicht bij de weg waarover nu de tram Bergen op Zoom – Antwerpen gaat; deze grens heb ik daarom getekend.

Putten. De landsgrenzen tegen de Oostenrijkse Nederlandenwaren enigszins anders dan de tegenwoordige tegen België volgens de genoemde Kaart van Huijbergen, van Adan van 1758 (Rijks Archief, ’s Gravenhage , No. 1531) en de Kaart van de heerlijkheid Putten van H. Adan van December 1771 Ald. No 594); hiernaar heb ik ze getekend. De grens tegen Ossendrecht naar de Kaart van Staat Vlaanderen van W. F. Hattinga.

 

Oostkwartier

Rucphen. De grenzen zijn genomen naar de Kaart van de Jurisdictie van Rucphen van H. Adan van 24 oktober 1765 (Rijks Archief ’s Gravenhage , No. 1604). Hoeven. De tegenwoordige gemeente zonder den Sint Maartenspolder en behoudens een kleine wijziging in het zuid westen tegen Rozendaal. (Zie bij Rozendaal).

Sint Maartenspolder. De polder van dien naam en buitenlanden langs de Mark voor zover die nu onder Hoeven behoren.

Oudenbosch. Voor het rechtsgebied is genomen dat van de tegenwoordige gemeente.

De rechtsgebieden van de banken van Oud- en Nieuw Gastel vormden het gebied van de tegenwoordige gemeente Oud- en Nieuw Gastel. Voor de grens tussen die gebieden is genomen die tussen de kadastrale secties van dien naam. Zegge. Het gebied was ingesloten door de reeds beschreven grenzen van Rozendaal, Hoeven, Oudenbosch en Oud Gastel.

 

Noordkwartier

De grenzen van de rechtsgebieden van ’T Zand daar buiten en Fijnaart tegen Klundert (Holland) en tegen elkaar waren dezelfde als de tegenwoordige van de gelijknamige gemeenten blijkens de Kaart van de limietscheidingen tussen de Klundert, Zevenbergen, Standdaarbuiten en Fijnaart van de 18e eeuw (Rijks Archief ’s Gravenhage No. 1732). Die van Fijnaart en Heiningen tegen Willemstad (Polder Ruigenhil) waren ook dezelfde als de tegenwoordige (langs de poldergrenzen).

 

C. DE BARONIE VAN BREDA.

 

De Stad Breda met eigen rechtspraak van Schout (dezelfde als de Drossaard van de Baronie), Schepenen en (Binnen-)Burgemeester. Deze Schepenbank sprak tevens recht in lijfstraffelijke zaken ten platten lande buiten de Heerlijkheden die eigen Hooge rechtspraak hadden. Teteringen stond in rechtszaken onder Breda (buitenpoorters deels als burgers). Het had alleen in bestuurszaken enige zelfstandigheid: in de Schepenbank van Breda zaten schepenen voor zaken van Teteringen met gezworens.

 

Indeling.

In Breda was een Hoofdbank, tevens Leenbank, waarop beroep van vonnissen in burgerlijke zaken door de rechtbanken ten platte lande gewezen, ook door die van Steenbergen en Prinsenland.

Heerlijkheden met eigen Hooge, Middelbare en Lage rechtspraak waren:

Rozendaal.

Oosterhout.

Wernhout (zie hieronder).

Tien Dingbanken met laag gerecht:

Etten, Leur en Sprundel.

Zundert en Rijsbergen,

De Hage (Princenhage),

Alphen en Chaam,

Baarle en Nassau,

Ginneken en Bavel,

Gilze en Rijen,

Ter Heijden,

Dongen.

 

Begrenzingen.

Volgens Mr. Krom bestond Zundert uit Zundert-Nassau en Zundert-Hertog en hadden deze elk evenals de Heerlijkheid Wernhout een rechtbank van Schout en zeven Schepenen. In het Register van de Domeinen van Nassau Breda, 5e Deel. Het Land, Cap. 8 wordt echter gesproken 5 Juni 1685 van Schouten en Schepenen van Sundert en 1700 van een Schout van Sundert en een van Wernhout en in een Request van november 1775 aan de Raden en Rekenmeesters van den Prins van Oranje van Schoute en Schepenen en Mannen van leen van de heerlijkheid van Zundert, wat alles duidt op één rechtsgebied van Zundert, althans na 1685.

Wernhout was een heerlijkheid die in 1618 aan de Aerssens kwam en 21 Maart 1698 aan de Prins-Stadhouder-Koning verkocht werd met Hooge, Middelbare en Lage jurisdictie voor f 16250.—; daarna kwam zij aan Joh. W. Friso. Het vormde dus een eigen Hooger rechtsgebied. De grens tegen Zundert zal wel dezelfde geweest zijn als die van de tegenwoordige kadastrale sectie Wernhout en deze is daarom op de Kaart getekend.

De grenzen van de andere rechtsgebieden zijn in ’t algemeen bepaald naar die van de tegenwoordige gemeenten of samenvoegingen daarvan.

Voor de oostelijke grenzen van Alphen en Chaam tegen Tilburg Goorle en Riel en voor die van Dongen tegen den noord west hoek van Tilburg en Goirle zie hierboven bij de Meierij, Kwartier van Oosterwijk.

Sprundel was toen niet met Rucphen verenigd zoals nu, maar vormde met Etten en Leur één rechtsgebied. De west grens daarvan lag dus tegen Rucphen en Vorenseinde in het Markgraafschap van Bergen op Zoom. De grenzen zijn getekend naar de Kaart van de Jurisdictie van Rucphen van H. Adan (Ald. No. 1607).

De Heerlijkheid Rozendaal behoorde ook onder de Baronie, lag dus aan drie zijden door het Markiezaat omsloten. De grenzen waren in ’t algemeen die van de tegenwoordige gemeente Rozendaal en Nispen met enige kleine afwijkingen, nl. aan de west zijde tegen Wouw, genomen naar de Kaart van de Heerlijkheid Wouw van H. Adan van 1738 (Rijks Archief ’s Gravenhage , No. 1616), aan den noord oost hoek tegen Zegge en aan de oost zijde tegen Langendijk (nu onder Rucphen), genomen naar de Kaart van D. W. C. Hattinga van de wegen, rivieren, enz. in de Vrijheid van Rozendaal, enz. van 1749 (Ald., No. 1672) en die van de Heerlijkheid (?) Langendijk van J. B. Adan van 1784 (Ald., No. 1542).

 

D. HET LAND VAN KUIK EN DE STAD GRAVE.

 

De Stad Grave met haar rechtsgebied (Polders Mars en Wijt) had een eigen rechtspraak door de Ambtman en Schepenen.

Het Land van Kuik was verdeeld in de gebieden van één Hooge Heerlijkheid met eigen volledige rechtspraak en van 11 Dingbanken, welker schepenen alleen Lage rechtspraak hadden. De bank van Kuik was een „hoofdbank”, waarop men zich van de uitspraken van de andere dingbanken, ook van die van de Heerlijkheid Oploo, in civiele zaken beroepen kon. Hervorming kon verzocht worden aan den Raad van Brabant in den Haag. De lijfstraffelijke rechtspleging in het gehele Land werd uitgeoefend door de Ambtman met de Schepenen van Grave.

Indeling.

De Stad Grave met haar rechtsgebied,

Dingbanken van Neder-Ambt :

Kuik,

Beers,

Mil,

Gassel,

Escharen,

Neerloon;

Dingbanken van Over-Ambt: 

Maashees,

Vierlingsbeek,

Sambeek,

Beugen,

Ledeacker.

Hooge Heerlijkheid Oploo.

 

Begrenzingen.

Voor de grenzen van deze rechtsgebieden zijn in het algemeen genomen die van de tegenwoordige gemeenten. Op de Kaart van Verhees zijn slechts de grenzen van het geheele land getekend, ook met die van de tegenwoordige gemeenten samenvallend. Neerloon lag in de Heerlijkheid Ravestein.

De grenzen van de Heerlijkheid Oploo zijn overgenomen van de Kaart van de Heerlijkheid Oploo van Joh. Kamp van 1778 (Rijks Archief ’s Gravenhage , No. 1695), terwijl die van de Baronie van Boxmeer met Sint Antonis naar de Kaart van Verhees zijn getekend. Ledeacker schiet dan over van de tegenwoordige gemeente Oploo, Sint Antonis en Ledeakker. Voor de grenzen tegen Gemert is ook nog geraadpleegd de Kaart van de Peel onder de Meierij van ’s Hertogenbosch en het Overkwartier van Gelderland van J. Draal en A. Dronsijn (Rijks Archief, ’s Gravenhage , No. 1707).

 

 

GEDEELTEN VAN DE TEGENWOORDIGE PROVINCIE NOORDBRABANT, NIET BEHOORENDE TOT DE REPUBLIEK.

 

In het beschreven deel van Staats-Brabant, dus in de tegenwoordige Provincie Noord-Brabant, lagen als enclaves in het grondgebied van de Republiek doch buiten het gezag daarvan de volgende op zich zelf staande landen en heerlijkheden. Het Graafschap Megen, door den Graaf ter leen gehouden van het Opperleenhof van Brabant te Brussel. Het had twee rechtbanken met criminele en civiele rechtspraak, nl. die van:

1°. de stad Megen met rechtsgebied;

2°. het Land van Megen (Macharen, Haren en Teeffelen).

De grens tussen deze beide heb ik niet kunnen vaststellen; misschien was het de zuid grens van den Hooipolder van Megen, die ik met dunne zwarte stippellijn heb aangeduid.

De Heerlijkheid Ravestein, ook een leen van Brabant, gehouden door de Keurvorst van de Paltz De Alg. Staten hadden het recht bezetting te leggen in de stad. Op het einde van de Republiek werd de Hooge jurisdictie stad en land uitgeoefend door de Rechtbank van Ravestein, samengesteld uit Scholtus en Schepenen, van welke laatsten twee uit het dorp waarin de misdadiger woonde of was gevangen. De civiele rechtspraak had op het einde van de Republiek plaats in rechtbanken:

De Rechtbank te Ravenstein.

De Rechtbank te Herpen. Dit was het Maaskants-Gericht, dat in 1768 gevormd was uit de toenmaals bestaande banken van Herpen en Schaik, van Velp en Reek en het Maaslandsgericht (Demen, Deursen, Langel, Dennenborg en Huisseling).

De Rechtbank te Uden of het Heikantsgericht, waaronder Uden Boekel en Zeeland behoorden. De bedoelde hervorming had volgens Mr. Krom in 1768 plaats. Dit komt overeen met de opgave van deze rechtbanken in een Rapport omtrent de rechtsbedeling van de geënclaveerde landen in Brabant van januari 1800 (Zie Hermans. Bijdrage Geschiedenis Noord-Brabant II, blz. 476 ) Van deze drie banken kon in zaken hoger dan 25 gulden geappelleerd worden aan ’t Hof te Dusseldorp.

De Baronie van Boxmeer. De ingezetenen erkenden alleen de Graaf van ’s Heerenberg als hun Heer. De Drossaard vervolgde criminele zaken voor de beide banken des lands, die ook in civiele zaken recht deden. Boxmeer, met herziening in civiel door de Hoofdbank van Knik, alleen op toegezonden stukken.

het Kleefse Ambt Oeffelt.

Sint Antonis, met beroep in civiele zaken op de Bank van Boxmeer.

De Vrije Rijks-Heerlijkheid Gemert, toebehorend aan de Ridders van de Duitse orde. Bij verdrag van 1662 tussen de Algemene Staten en die Ridders werd aan deze laatsten de oppermacht afgestaan. Door dit verdrag, waarin o.a. bepaald werd, dat Gemert onderworpen bleef aan het Recht van Ingebod van de Stad ’s Hertogenbosch , was er enig verband met de Republiek.

Gemert had een Drost en een Rechtbank van zeven Schepenen.

 

E. DE HEERLIJKHEDEN STEENBERGEN, WILLEMSTAD EN PRINSENLAND.

 

Nog lagen in Staats-Brabant op de grenzen van Holland de drie aan Oranje behorende Hooge Heerlijkheden

Steenbergen met de stad van dien naam,

Willemstad met de stad van dien naam,

Prinsenland met het dorp Dinteloord.

In civiele zaken was van de rechtbanken van Steenbergen en Prinsenland beroep op de Hoofdbank (Leenhof) van Breda en hiervan op de Raad van Brabant in den Haag en van die van Willemstad rechtstreeks op die Raad. In lijfstraffelijke zaken velden alle drie beslissend vonnis. Deze drie heerlijkheden hadden dezelfde grenzen als de tegenwoordige gemeenten van die naam, blijkens die van de aanliggende delen van Holland en van Bergen op Zoom, doch met een zeer geringe wijziging van de westgrens van Steenbergen tegen Nieuw-Vossemeer (Zeeland), die toen geheel langs de Notendaalse Dijk liep (Nieuwe Kaart van het Eiland Tholen, Nieuw Vosmeer en Philipsland van W. Hattinga van 1753 —in den Atlas van Zeeland en den Tegenwoordige Staat), terwijl die nu met een scherpen hoek een kort eind langs de Pelsendijk (tussen Mattenburgs Polder en de oude Polder van Nieuw Vosmeer) loopt.

 

F. STAD EN LAND VAN MAASTRICHT.

 

In 1204 was Maastricht door de Duitse Keizer aan de Hertog van Brabant in leen gegeven; het bleef nog een „Brabantse” stad, toen het in 1632 in de macht van de Staten was gevallen. De Algemene Staten vertegenwoordigden daarna de Hertog van Brabant en werden daarom te Maastricht de Brabantse Regering genoemd.

Daarom is de behandeling van deze stad en wat daarbij behoorde hier geplaatst, hoewel die eigenlijk niet tot „Staats-Brabant” behoorde en van vonnissen aldaar gewezen ook geen beroep op de Raad van Brabant in den Haag was. Tot goed begrip van de rechtspraak binnen dit gebied dient het volgende. Het oude Maastricht, zoals het na de verwoesting door de Noormannen herbouwd was, was omgeven door een ringmuur, waarvan de overblijfselen nog weer te vinden zijn. Aan de noord en zuidzijde liep aan de buitenzijde daarlangs een gracht, alles ter plaatse van de tegenwoordige zogenaamde grachtstraat, de Groote en Kleine Gracht aan de noordzijde, het Groote en Kleine Grachtje aan de zuidzijde. Aan de westzijde, waar de muur niet ver achter de Sint Servaaskerk om liep, was wegens de grotere hoogte van de bodem geen gracht. In genoemde muur waren poorten, later, toen de stad daarbuiten was uitgebreid, binnenpoorten genaamd en in de 18e eeuw en later afgebroken. Bedoelde uitbreiding heeft in de 14e en 15e eeuw plaats gehad en waarschijnlijk in 1459 werd om de daardoor zeer vergrote stad een nieuwe ringmuur met torens en poorten aangelegd, waartegen later een aarden walgang en borstwering zijn opgeworpen.

Het oude Graafschap Vroenhoven, waarover hieronder meer, strekte zich oorspronkelijk tot aan de oude ringmuur uit en viel dus bij de uitbreiding van de stad gedeeltelijk daarbinnen over een oppervlakte die ongeveer 1/3 van de stad besloeg. Dit Graafschap vormde een afzonderlijk rechtsgebied tot aan het einde van de Republiek en dit is dus ook tot die tijd over bedoeld stadsgedeelte blijven bestaan. Het overige gedeelte van de stad Maastricht, daaronder ook begrepen het oude Wijk aan de overzijde van de rivier, behoorde, ook nog na de verovering in 1632 tot het einde van de Republiek in hoofdzaak onder twee rechtsgebieden.

Reeds in zeer oude tijden nl. had de Bisschop van Luik rechtspraak over de Luikse bewoners aldaar, oorspronkelijk werden alleen daarvoor gehouden zij die onder het Kerspel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht of onder dat van Sint Lambert te Luik behoorden. Later, dus na 1597, is bij overeenkomst tussen Parma en de Prins-bisschop van Luik bepaald, dat voor Luiks zouden gehouden worden 1e allen die uit Luikse moeders te Maastricht geboren waren, allen die buiten de stad, doch binnen het wereldlijk rechtsgebied van de Bisschop of van een zijn leenmannen geboren waren. Brabants waren allen die uit Brabantse moeders geboren waren, allen geboren buiten de stad buiten het wereldlijk rechtsgebied van de Prins-bisschop van Luik. Hierdoor waren binnen Maastricht, doch buiten het Vroenhovens gedeelte en de hierna te vermelden kleinere rechtsgebieden, twee Hooge gerechten, het Brabants Hooggerecht en het Luiks Hooggerecht, samen het zogenaamde „tweeheerig Maastricht” uitmakend en elk bestaande uit een Hoofdschout en 7 schepenen met een secretaris, het ene voor de Brabantsen, het andere voor de Luiksen. Voorts was er één laaggerecht het „Indivisa Lage Gerecht”, gevormd door 2 Burgemeesters en 8 gezworen Raden, 4 Brabantse en 4 Luikse.

Al deze personen, de twee hoogschouten, veertien schepenen, twee burgemeesters en acht raden, vormden met twee paaimeesters (betaalmeesters) de Regering van de stad en maakten samen de Grooten Raad uit. Vier Commissarissen-Instructeurs, twee Brabantse en twee Luikse, woonden in buitengewone gevallen de zittingen van de Raad bij. Zij heetten aldus, omdat zij de zaken voorbereidden die bij hoger beroep van het laag gerecht gebracht werden voor de hierna te noemen Commissarissen-Déciseurs. Bij beroep van de beide Hooge gerechten werden de zaken resp. door elk paar Brabantse en Luikse Commissarissen-Instructeurs voor de beslissende uitspraak resp. voor de Brabantse en Luikse Commissarissen-Déciseurs gebracht.

De vier Commissarissen-Deciseurs, waarvan twee door Hunne Hoogmogenden en twee door de Prins-bisschop van Luik werden aangesteld, vertegenwoordigden samen de oppermacht over de stad Maastricht. Zij veranderden de Regering, regelden zaken van rechtspraak en bestuur, hoorden en sloten de rekeningen, deden beslissende uitspraak in burgerlijke rechtsgedingen, bij beroep van het gerecht van Burgemeesters en Gezworen Raden voor hen gebracht, en evenzo paarsgewijze de Brabantse en de Luikse commissarissen resp. van de Brabantse en de Luikse Hooge gerechten.

Op het College van de Commissarissen-Déciseurs van Hunne Hoogmogenden alleen viel beroep van de andere hierna te noemen rechtbanken van het Land van Maastricht. Daar het rechtsgebied van de Algemene Staten binnen Maastricht aanzienlijker geacht werd dan dat van den Bisschop van Luik, o.a. omdat zij de jurisdictie hadden over alle geestelijke lichamen, recht van pardon en gratie over ballingen hadden, alleen ordonnantiën en plakkaten mochten doen aanslaan, enz., zoo werden ook de beide Commissarissen van Hunne Hoogmogenden van hoger rang geacht dan die van den Bisschop.

Voorts lagen nog binnen Maastricht het rechtsgebied van Tweebergen, waarover hieronder meer, behorend tot het Graafschap Vroenhof (de Wit en Flament. De vorming van de heerschappijen op het grondgebied in Limburg. Publicatie d. l. Soc. Historie et Archief d. l. Limburg XLVII, blz. 70); de grondheerlijkheid de Nieuwstad, aan de zuidzijde van de stad, behorend bij Sint Pieter onder den Bisschop van Luik; zij werd in 1486 en 1515 bij Maastricht ingelijfd; de personele jurisdictie (crimineel, correctioneel en politie) kwam aan de beide hooggerechten en het laag gerecht; de willige rechtspleging: opdrachten, verpandingen, enz. bleef aan het Hooge gerecht van Sint Pieter. (Publicatie Limburg XLVII, blz. 71); de grondheerlijkheid Bisschops-Kommel, lag buiten de stad (Ald., blz. 71), waar is niet met zekerheid aan te wijzen ; de grondheerlijkheid (?) ’s Proosten-Kommel.

Voorts vormden kleine rechtsgebieden de immuniteiten: de Kapittelkerk van Maria of Onze Lieve Vrouwe, de oude bisschopskerk vóórdat de zetel van de Bisschop van Maastricht werd verplaatst, en later nog steeds het middelpunt van het Luiks gezag, en het Stift van Sint Servaas. In de eerste oefende de deken de justitie uit over de kerkelijke personen en over de civiele zaken binnen de claustralen singel. In die van Sint Servaas, die de huizen van enige straten om de kerk omvatte, had het Kapittel de jurisdictie over den claustralen singel en de kerkelijke personen die er woonden. Kwam een misdaad voor, dan benoemde de deken een bank van schout en zeven schepenen uit de andere elf banken van Sint Servaas.

Vele heerlijkheden binnen onze tegenwoordige provincie Limburg gelegen maakten terecht of ten onrechte aanspraak op de titel van Vrije Rijksheerlijkheid. Voor de meeste was dit inderdaad niet meer dan een titel, daar zij, zoals hierna blijken zal, onder een of andere Souvereiniteit waren geraakt. Andere waren zelfstandig dus vrije Rijksheerlijkheid gebleven. Sommige waren het zeer waarschijnlijk, daar zij oorspronkelijk appelleerden op het Rijksgerecht te Aken. Deze zijn in het volgende door een * aangegeven. Die welke als vrije Rijksheerlijkheden zijn vermeld zonder dat teken zijn aldus genoemd op grond van het muntrecht (een regale), dat zij eenmaal uitoefenden. Zie de Publicatie Limburg XLVII, blz. 43.

Graafschap van de Vroenhove. (Vrije Rijksheerlijkheid *). Dit strekte zich om en in de stad Maastricht uit, grotendeels ten zuidwesten daarvan; ten oosten grensde het tegen de Jeker en het bevatte de dorpen Wijlre, Montenaken en het gehucht Heukelom, de beide laatste buiten onze tegenwoordige landsgrenzen gelegen.

De grenzen buiten de stad zijn genomen naar een Copy van Richard (1689) van de „Gelegentheid van Maastrigt en van den Vroenhof, m. d. Limiten vervolgens bij Getal offte Cijffer aan yegelycken Paal gestelt door Gerigtsluijden ende Mannen goede kennisse daer van dragende, alles bij Operatie ende Kragte van Brieven van Terrier bij den Hove verleent. Anno 1614.” (Coll. Bod. Nyenhuis, Port. 48, No. 82).

In de stad strekte het zich uit tot tegen de binnenste ringmuur (zie hierboven, blz. 32); het bestond uit het stadsdeel dat Linkulen of Lincuylen heette (Habets. Bisdom Roermond I, blz. 57) of liever van de oude Heerlijkheid Lenculen of Lincule was vroeger een deel binnen de stad getrokken. Binnen de ouden muur is nog een Linkelstraat en de Tongersche Poort heette in de 16e eeuw nog de Linkelpoort. De juiste grenzen van dit gedeelte komen echter niet op de oude kaarten van de stad voor en ik heb ze ook elders niet kunnen vinden.

Ook behoorde tot de Vroenhove het in de Maas gelegen Sint Antoni’s eiland, vroeger de Griend geheten, dat die naam heeft gekregen, toen het in 1419 door Jacoba van Beieren als Hertogin van Brabant aan de Reguliere Kanunniken uit de Proostdij van Sint Antoni te Maastricht gegeven was.

Dit Graafschap had een Rechtbank van zeven schepenen, die zowel over criminele als over civiele zaken vonniste, en in het eerste geval werd voorgezeten door een schout (den Hoogschout van Brabantse zijde te Maastricht).

Het Schepenhuis stond bij de Lenculenpoort en werd het Hof van Lenculen of ook wel de Vroenhof genaamd, waarnaar het gebied van het gehele graafschap ook wel „Hof van Lenkulen” of Graafschap van den Vroenhove geheten werd.

De burgers van de stad van Luikse of Brabantse geboorte, die binnen dit gebied van de Vroenhof woonden, behoorden echter tot de tweeheerigheid. De bank had er alleen jurisdictie over de goederen die zij bezaten, alsook over de vreemdelingen die binnen het Graafschapsgebied een misdaad pleegden.

De Kapittelkerk van Sint Servaas bezat reeds lang een aantal dorpen, haar bij vrome schenkingen als anderszins aangekomen, toen bij de verovering van de stad in 1632 deze mede onder de oppermacht van de Staten kwamen, doch hun oude bestuur en oude rechtspraak behielden.

Zij waren elf in getal en werden bestuurd door de Proost en door afgevaardigden van het Kapittel, Rijproosten geheten. Zij hadden elk een eigen dingbank, gevormd door schout en schepenen, die tot 1775 een volledige rechtspraak uitoefenden en waarvan beroep was op de Rolle van Hunne Hoogmogenden, waarna dan Commissarissen-Déciseurs van de Brabantse zijde beslissend vonnis velden.

De Sint Servaasdorpen waren:

Tweebergen (Vrije Rijksheerlijkheid *),

Mechelen,

Vlijtingen,

Hees,

Zepperen,

Groot-loon,

Konigsheim,

Sluizen,

Berneau,

Heer (Vrije Rijksheerlijkheid *) en Keer,

Berg (Vrije Rijksheerlijkheid *).

Tweebergen en Mechelen behoorden niet aan het Kapittel, maar waren bij de deling in 1232 tussen de Proost en de andere leden van het Kapittel aan de Proost toebedeeld, die er dus alleen het rechtsgebied had.

Oorspronkelijk bezaten de banken van elk van deze elf dorpen ook de criminele jurisdictie, behalve Berg, dat in het crimineel onder Heer behoorde. Ingevolge een besluit van het Kapittel van 11 september 1775 werd de criminele rechtspraak aan de banken ontnomen en een algemeen college voor de elf banken ingesteld, bestaande uit schout, zeven schepenen en griffier (De Limburgse gemeentewapens door Eversen en Meulleners Publ Limburg XXXV, blz. 279). Berneau lag in het Land van Dalem en kwam hiermede bij het Traktaat met Jozef II van 8 november 1785 aan Oostenrijk.

Tweebergen lag grotendeels binnen de stad en was dus eigenlijk geen dorp. (Publicatie Limburg XLVII, blz. 70). Het schijnt bestaan te hebben uit het grensgebied van twee kloosters, Sint Servaas en de Beyard (Sint Josaphatsdal), op twee heuvels gelegen, het ene binnen het andere buiten de oude stad Daarom werd de Brusselse Binnenpoort, die aan het begin de Brusselse Straat heeft gestaan en in 1754 afgebroken is, ook wel de Tweebergse Poort genaamd. Tweebergen was dus een voorstad van de oude stad, ter plaatse van en langs de Brusselse Straat gelegen en zich tot een eind buiten de Brusselse Buitenpoort uitstrekkend, waar het aan rechtsgebied van den Vroenhof grensde. De juiste grenzen heb ik niet kunnen vinden.

Tweebergen was eigenlijk oorspronkelijk een vrije heerlijkheid op zich zelve Dit gerecht werd ook wel van „vóór de Schoole ’ genoemd, daar het gehouden werd in een vertrek van de proostdij van Sint Servaas en wel „voer die schoei; binnen den ommeganck”. De rechtspraak had plaats over personen en zaken of dezelfde wijze als onder de Vroenhof, dus binnen de stad met over de tweeheerige bewoners; in het klein gedeelte buiten de wallen zowel over de bewoners als over de goederen.

Voor de grenzen van de andere dorpen van Sint Servaas heb ik in het algemeen die van de tegenwoordige Nederlandse en Belgische gemeenten van dien naam genomen. Daarbij valt echter het volgende op te merken: Op de Carte chorographique des Pays-Bas Autriciens door Ferrans van 1777 zijn de dorpsgebieden van Mechelen, Vucht en Eisden, hoewel mistekend als één „Territoire Hollandais” bijeengevoegd. Maar Vucht was een vrijdorp van Sint Lambert te Luik (Habets. Het Vrijdorp Neeritter Publicatie Limburg IV, blz. 223) en werd geschonken aan een Heer van daaraan grenzend Leut, ene vrije Rijksheerlijkheid.

De zuidelijke grens van Mechelen is, zoo goed en kwaad als ging, genomen naar de Kaart van Ferraris, hoewel Mechelen zelf daar veel kleiner getekend is; zij loopt hierop tussen Op- en Daelgrimby door, wat juist is, want dit laatste behoorde tot Mechelen (Publicatie Limburg XLVII, blz. 193).

Voor Heer en Keer, Vrije Rijks-heerlijkheid *). is getekend het gebied van de tegenwoordige gemeenten Heer en Cadier en Keer verminder met de tegenwoordige kadastrale sectie Cadier. De grenzen van Heer en van Kadier zijn uitvoerig omschreven in een stuk van 1494 (Habets De oude grensscheiding van de dorpen Meerssen, Bergh, Heer en Bemelen (Publicatie Limburg IV, blz. 49 e.v.). maar de daarin genoemde punten wegen enz. heb ik grotendeels niet meer kunnen vinden. Het hier bedoelde Keer was het zogenaamde „Kapittels-Keer.” – Zie hieronder bij het Land van Daalhem.

Voor Berg, ook een Vrije Rijksheerlijkheid, is genomen de kadastrale sectie Berg ter tegenwoordige gemeente Berg en Terblijt. De dorpen van Sint Servaas hadden hun aandeel in de gemene lasten des lands afgekocht of geredimeerd door het betalen van een vaste jaarlijkse som. Zij heten daarom Redemptie-dorpen.

Meer in het bijzonder noemde men dorpen van Redemptie 8 andere, die bij de Vrede van Munster aan de Republiek waren gekomen. Het waren de vrijheerlijkheden: Houppertingen, Veulen (Foulogne), Mopertingen, Hermal (met Erkentiel of Argenteau), Falais, Nederheim, Ruiten (Russon) en Peen (Paif of Paifve). Hermal (met Argenteau) en Falais kwamen bij het Verdrag van Fontainebleau van 1785 aan Jozef II.

Voor al deze dorpen, in het Luiks gebied als enclaves gelegen, zijn de gebieden van de tegenwoordige Belgische gemeenten van dien naam genomen.