Nederlandse Leeuw

1939

57ste Jaargang

blz. 404 - 412

 

Het IJzendoornse geslacht de Haas (en mogelijke verwantschappen te Utrecht en Keulen) [1]

door A. M. LORENTZ DE HAAS,

 

De oudste bewezen generaties.

Van de oudste bewezen generatie van het IJzendoornse geslacht de Haas zijn ons bekend de broeders Willem de Haes Janszoon (de Jonge) [11] en Adriaen de Haes Janszoon [11]. Willem de Haes Janszoon (de Jonge) schepen, ook president-schepen en plaatsvervangend rechter van de hooge heerlijkheid IJzendoorn ( 1674-‘75-‘87), is geboren in ieder geval na 1606, welk jaar namelijk het geboortejaar is van een Willem de Haes Janszoon, die genoemd wordt de Oude. Willem de Haes Janszoon de Oude huwt 22 Mei 1653 als jongeman van Eisendoorn Marike Tonisdochter jonge dochter van Isendoorn, wonend te Tiel. Aantekeningen over dit echtpaar vinden wij verder in een schepenakte Tiel van 10 April 1655, folio 105v. en in een akte in het signaat van IJzendoorn van 9 Augustus 1671. Hoe de familieverhouding tussen Willem de Haes Janszoon de Oude en zijn naamgenoot de Jonge echter is, of zij broeders, of dat zij oom en neef zijn, kunnen wij uit niets met zekerheid opmaken.

Dat Willem de Haes Janszoon de Jonge en Adriaen Janszoon de Haes broeders zijn, wordt reeds waarschijnlijk gemaakt doordat beiden schepen [3] van IJzendoorn geweest zijn, terwijl Willem een zoon Adriaen en een zoon Peter en Adriaen een zoon Peter [4] heeft. Bewezen wordt het echter door een akte uit het gerichtssignaat IJzendoorn, waarin zij broeders genoemd worden. Willem de Haes Janszoon (hierbij spreek ik verder slechts van de Jonge) wordt 20 Januari 1687 wegens overlijden als schepen vervangen. Hij was gehuwd 1e met Fijke van Westreenen, dochter van Gerrit Herberenszoon van Westreenen en Ulant van Wijck. Zij zal geboren zijn voor 1626 [5] en overleden voor 1679 [7]. 2e te IJzendoorn 11-09-1679 (ondertrouw 03-08-1679) met Maria Elisabeth Beltjens, overleden na 01-01-1691 [7], weduwe van Jan Otten Tap, schepen van IJzendoorn.

Alleen uit het eerste huwelijk zijn kinderen bekend [8], en wel:

  1. Gerrit, volgt III,

  2. Jan, van wie mogelijk nog afstammelingen in leven.

  3. Odilia, huwt Ds. Bartholomeus Bisschop, predikant te IJzendoorn.

  4. Adriaan, volgt IIIbis.

  5. Herberen, volgt IIIter.

  6. Peter, van wie mogelijk nog afstammelingen in leven.

  1. Wij ronden voor 1500 geslachten de Haas woonachtig te, of afkomstig van Alkmaar, Haarlem, Delft, Pijnacker, Rotterdam, Brielle (waaruit Tromp de Haas), Middelburg (de Haze, later de Haze Bomme, thans eveneens uitgestorven), Bergen op Zoom, Antwerpen (het Amsterdamse regentengeslacht), Luik, Venlo, Neder-Rijn (waaruit, Udo de Hees), Harderwijk, Friesland, Groningen, Vlaanderen, Wallonië, Bremen enz.

Udo de Haes uitgezonderd, kennen wij in geen van deze gevallen aanwijzingen van verwantschap met de hier te behandelen familie.

 

[2] Gerichtssignaat van IJzendoorn 1666-1700 folio 7v en llv. (Rijksarchief te Arnhem).

[3] Adriaen, 1668, 1670, 1673.

[4]Akte van verwin 14-4-1685 Gerichtssignaat Yzendoorn. 1666-1700.

[5] Dit, in verband met den leeftijd van haar zoon

[6] Blijkens haar echtgenoot’s 2e huwelijk.

[7] Doopboek IJzendoorn. 01-01-1691 is zij, als weduwe van Willem de Haes, getuige bij den doop van haar kleindochter Maria Elisabeth Tap

[8] Inventaris” archief van de Leenkamer Gelderland no. 90, 1697; Gerichtssignaat van IJzendoorn 23-10-1670, folio 154v. [Rijksarchief te Arnhem].

 

III Gerrit de Haes. schepen van IJzendoorn, geboren IJzendoorn 1649 [9], overleden IJzendoorn, begraven 15-1-1723, huwt

1e IJzendoorn, 13-04-1679 (ondertrouw. 16-03-1679) Jannetje van den Bergh, dochter van den schepen en heemraad Dirk en Peterke van de Pavort [10].

2e Maria van Maurik.

Uit het eerste huwelijk één zoon Willem, gedoopt 25-01-1680, die mogelijk slechts twee generaties nakomelingen gehad heeft, nakomelingen van hem in de derde generatie zijn niet met zekerheid bekend. Uit het tweede huwelijk één zoon: Gerrit, volgt IV.

IV Gerrit de Haas, schepen, rechter, heemraad, dijkgraaf en stadhouder der lenen te IJzendoorn, rentmeester [11] van de heerlijkheid Ochten, gedoopt IJzendoorn 24-01-1697, overleden IJzendoorn tusschen 1759 en 1762, huwt IJzendoorn 22-04-1731 Jacomina van Heun, gedoopt Ochten 20-01-1704, overleden IJzendoorn voor 1752 [12], dochter van Jan van Heun en Heeske de Haas. Uit dit huwelijk vijf dochters en één zoon:

V Ds. Gerhardus de Haas, doctor der H. Godgeleerdheid. qed. IJzendoorn 13-09-1737, overleden 10-12-1817 te Amsterdam. Hij was predikant achtereenvolgens te Scherpenzeel, Amersfoort, Middelburg en Amsterdam. Wij vinden beschreven dat hij reeds in zijn studietijd de aandacht op zich vestigde. Als predikant genoot hij groot aanzien om zijn geleerdheid en zijn beminnelijk en onkreukbaar karakter, Van 1796-1804 was hij uit zijn ambt ontzet, omdat hij geen eed van trouw aan de Fransche overheerders wenschte af te leggen [13]. Uit het huwelijk met Alida Christina Cramer, dochter van Ds. Alexander Cramer, predikant te ‘s-Gravendeel, had hij slechts één dochter: Hendrina Jacomina. Zoo Willem de Haes Gerritszoon (zie III) dus inderdaad na de tweede hem volgende generatie geen nakomelingen gehad heeft, is met Ds. Gerhardus de Haes de tak van Gerrit de Haes Willemszoon in den mannelijken lijn uitgestorven.

IIIbis. Adriaen de Haes, geboren vóór 1662 [14], overleden IJzendoorn, begraven aldaar 02-10-1730, huwt IJzendoorn 07-11-1680 (ondertrouw 23-10-1680) Gijsbertje van den Bergh, overleden vóór 22 December 1739, dochter van Dirk en Peterke van de Pavort. Hieruit stamt o.a. wijlen Willem de Haas (geboren 25-02-1843, overleden 04-03-1932), burgemeester van IJzendoorn, lid van de Provinciale en Gedeputeerde Staten van Gelderland enz., die een der oprichters was van het Kon. Ned. Genootschap voor Geslachts- en Wapenkunde.

[9] Aantekening Burg. Stand Lienden.

[10] Vier dochters: Jannetje. Gijsbertje, Adriaantje en Elisabeth uit dit huwelijk van den Bergh-van de Pavordt (vermeld ook door Mr. W. de Vries in Stamreeksen van den Pavordt XL 1939 no. 5) huwen met de drie broers Gerrit, Adriaen en Herberen de Haes en met hun neef Peter de Haes Adriaenszoon.

[11]Voor Karel Frederik regerend vorst van Hohenzollern Sigmaringen

[12]Lidmatenlijst.

[13] Zie bijvoorbeeld Hulde aan de nagedachtenis van den weledelwaardigen Zeer Geleerde Heer Gerhardus de Haas, S. S. Th. Doet. en predikant bij de Nederlandsch Hervormde Gemeente te Amsterdam. (Christelijk Maand schrift, voor den beschaafden stand, No. X, Amsterdam 1822) en Hulde aan de Weleerwaarde Heeren Gerhardus de Haas, theologisch doctor en Henricus Hoffmann ; in leven predikanten te Amsterdam. Nevens beider levens schetsen. Amsterdam, A. Vink 1815.[14] Gelet op de datum van zijn huwelijk.

 

IIIter. Herberen de Haes, geboren IJzendoorn, begraven IJzendoorn 20-05-1730 (vermeld als armrechter 01-03-1721) [15], huwt: 1e IJzendoorn 19-10-1684 (ondertrouw 27-09-‘84) Adriaantje van den Bergh, dochter van Dirk en Peterke van de Pavort, geboren IJzendoorn, overleden Echteld, 30-04-1694.

2e 30-10-1694 (ondertrouw Echteld 16-09-1694) Cornelia van Raesvelt, dochter van Ds. Johan, predikant te Echteld, en Maria Glimmerus. Zij werd gedoopt te Echteld 10-02-1678 en overleed 10/11 -07-1696.

3e Ommeren 15-09-1701 (ondertrouw 26-08-1701) Geertruid van der Horst, gedoopt 19-01-1679, dochter van DS. Jo(h)annes, predikant te Ommeren, en Judith van Laer

Over de herkomst van van der Horst en van Laer is weinig bekend. Wij hebben als aanwijzing o.a. de aantekening uit de doopboeken van Ommeren [16]: ,,23 Juli 1702 te Echteld gedoopt: een soontje van Herbert de Haes en mijn dochter Geertruyd van der Horst genaamd Alard na mijn vrouws ,broeder Alard van Laer. in sijn leven Burgemeester der stad Rhenen en was Getuyge Jacomina van Laer sijn dochter”. Een andere zoon uit dit derde huwelijk van Herbert de Haes was Arien de Haes, Schout van de heerlijkheid Ochten (o.a. 1743), ouderling, kerkmeester (1747) en armrechter (1744) [17] aldaar, die 12-5-1743 te Ochten huwt met Huberta van Riemsdijk, dochter van Johannes en Johanna Rogaar. Hieruit stamt de tak waartoe schrijver dezes behoort. Op de opvolging Herberen en Arien moge nog enige toelichting volgen. Hoewel voor zover den nakomelingen bekend was, Arien als zoon van Herberen te boek stond en verondersteld werd geboren te zijn in Echteld, is Arien’s geboorte als zoon van Herberen door leemtes in de doopboeken niet te vinden. Het bewijs dat deze filiatie inderdaad juist is, werd mij indertijd medegedeeld door den Heer J. P. de Man. Uit een akte in het Gelofte signaat van IJzendoorn 1719-1763, folio 310 dd. 02-05-1763, blijkt de verwantschap met Herbert, maar niet hoe. Echter: bij de doop van Geertruyt de Haes te Ochten (06-11-1746), dochter van Arien de Haes en Huyberta van Riemsdijk, wordt als getuige vermeld ,.de weduwe van Cornelis Hermsse zijnde de moeder van de Haes”. Verder vindt men in de huwelijken te IJzendoorn 1706-1771: 11-04-1736: ,,Den 11 April sijn alhier in onse kercke getrouwd Cornelis Hermsse van Doorn, weduwnaar van Maria Arisse van Luttervelt, met Geertruyd van der Horst, weduwe van Herber de Haes”. Zoo is dus het gevraagde bewijs geleverd.

Nog oudere veronderstelde generaties.

Wij dienen allereerst op te merken, dat wij bij de pogingen de stamreeks op te voeren niet verder dan tot veronderstellingen en waarschijnlijkheden zijn kunnen komen.

Als vermoedelijke stamvader vermeldden wij een, omstreeks 1580 geboren, Jan (1). In den tijd waarin wij zoeken, vinden wij een Johan de Haes Peterszoon en een Jan de Haes Adriaense. , Johan de Haes Peterszoon komt voor in een akte uit de leenregisters van Gelre, Kwartier van Nijmegen (no. 179a, blz. 434), waarin wordt overgedragen:

..den Clevnen rijsweert door Alard van Isendoorn à Blois, tot”behoeff van Peter de Haes Janssoon, 14 November 1604, Johan de Haes, erve sijnes vaders Peters, beleent, 30 April 1613, Johan Ariens bij opdracht Johan de Haes beleent, 14 Juni 1623.

[15] Signaat IJzendoorn.

[16] Ook N.L. 1896 no. 10 en N.L. 1936 no. 4.

[17] Protocollen van bezwaar Ochten 1660-1740.

 

Wij zouden kunnen veronderstellen dat Johan Ariens identiek is met den Jan Ariens als wiens weduwe op 16 April 1638, 20 Maart 1643, 3 November 1643 en 15 November 1645 optreedt Antonia de Haes [18]. Zij is gegoed te IJzendoorn en verpacht o.a. twee morgen bouwland aan Adriaen Janssoon de Haes [19]. Zij zal dan hoogstwaarschijnlijk een dochter van Johan de Haes Peterszoon geweest zijn. Dat haar vader het land aan zijn schoonzoon doet belenen, zou er op kunnen wijzen, dat Johan de Haes toen geen zoons in leven had. In dat geval zouden Willem en Adriaen de Haes Janszoon geen zoons van Johan de Haes Peterszoon geweest kunnen zijn. Dat is namelijk een veronderstelling, die gesteund wordt door het feit dat zowel Willem als Adriaen een zoon Peter hebben. Dit is een naam die wij in deze streek in dien tijd weinig tegenkwamen. Een tweede mogelijkheid was dat de gezochte Jan zou zijn Jan de Haes Adriaense. Deze komt voor in het register van het signaat van bezwaar van IJzendoorn dat liep tot 1666. Het signaat zelf is verdwenen. Wij nemen aan dat het ongeveer over dertig jaar liep (zie het er op aansluitende signaat) en dat alle in het register voorkomende personen meerderjarig zijn, Wij vinden Jan de Haes Adriaense ( 16, 12, 105, 40, 72, 79, 82, 85, 85). Voorts ook een Peter de Haes Adriaense (24, 55). Het is zeer wel mogelijk dat wij hier met broers te maken hebben. In de opstelling van een mogelijke stamreeks kan ‘hier de naam Peter weer een richtsnoer zijn.

Als wij tenslotte vermoeden dat Jan Peterszoon de Haes, die, als schepen van IJzendoorn, een akte gedagtekend 10 September 1554 zegelt [20], de vader is van de reeds genoemde Peter de Haes Janssoon ,,tot behoeff” van wien 14 November 1604 Johan de Haes Peterszoon met den Cleynen rijsweert beleend wordt, dan zouden wij kunnen komen tot de volgende stamreeks:

Nederlands leeuw 1939 211

Het is overigens nog zeer wel mogelijk te achten dat Willem en Adriaan toch zoons van Johan Peterszoon en niet van Jan Adriaanszoon zouden zijn. Hoe de stamreeks dan worden zou, is gemakkelijk te zien. .

Herkomst.

1e. De oudste mij bekende vermelding van een de Haes te IJzendoorn is die van Arnt die Haeze, aldaar gegoed (1397) [21].

2e. Verwantschap met de Tielse de Hazen [22], die het zelfde wapen voeren, ,,een der alleroudste en aanzienlijkste der oude Tielse geslachten: zijn leden zaten in de schepenbank en waren zelfs richter aldaar, welk ambt later uitsluitend door adellijken ‘bekleed werd” [23], mag wel als zeker aangenomen worden. Waar de schakel ligt, en of de IJzendoornse familie uit Tiel stamt is niet bekend. Van de gegevens, die tot een beantwoording van deze vraag zouden kunnen voeren, is het ons ter beschikking staande aantal helaas te gering. Van belang lijkt het volgende raakpunt Tiel-IJzendoorn: In 1458 is Willem Claerboutszoon de Haes gegoed te IJzendoorn [24]. In den zelfde tijd (1454, 1458, 1459. 1460 enz.) is een Willem Claerboutszoon de Haes schepen en burgemeester van Tiel.

[18] Signaat van Kesteren (R.A. te Arnhem).

[19] Archief der Gedeputeerden van het Kwartier Nijmegen, inventaris no. 499 (R.A. te Arnhem).

[20] Charters door de familie van Omphal aan het RA. te Arnhem geschonken.

[21] Dr. Schmidt-Callenberg, Inventare der nicht-Staatlichen Archive der Provinz Westfalen, Band 11, Heft 2, blz. 188.

[22] Zie vooral Dr. J. S. van Veen, Rechtsbronnen van Tiel, ‘s-Gravenhage 1901 (Reeks oude vaderlandse rechtsbronnen).

[23] W. Wynaendts van Resandt in ,,Het geslacht Wynants van Resant”.

[24] Blijkens papieren afkomstig uit de nalatenschap van wijlen Willem de Haas, oud-burgemeester van IJzendoorn (overleden 4-3-1932).

 

Echter, ook in 1458. staat achter de Tielse burgerinschrijving, van een Willem die Haze ,,verwoent tot Ysendoern . Dit zal dus weer een ander zijn dan de ‘Willem Claerboutszoon, die als burgemeester van Tiel sterft.

3e. Men krijgt den indruk dat de oorsprong van het geslacht zal liggen in het land van Maas en Waal. Bezien wij de ,,Schatting van den Lande van Gelre, voor het Overkwartier en de Betuwe, van 1369” [25], dan vinden wij op de tienduizend hierin voorkomende namen, ruim twintig maal de naam de Hase, en wel ongeveer twintig maal in het land van Maas en Waal en slechts tweemaal benoorden de Waal. Het gevoerde vier-schaarwapen is typisch Batenburgsch [26].

Mogelijke verwantschappen.

Slechts in het kort wil ik op de mogelijkheid van verwantschap met twee geslachten de Haas wijzen, waarvan wordt aangenomen dat zij in den mannelijke lijn uitgestorven zijn. 1e Utrecht.

J. B. Rietstap vermeldt naast de Haas (Tiel, IJzendoorn) de familie de Haze of de Haaze (Utrecht), die ook het vierschaarwapen (kleuren: zilver en rood) zou voeren. Bij de Haas staat als helmteken ,,deux trompes”, bij de Haze ,,deux tuyaux”. Volgens den Heer R. T. Muschart is ,,die volmaakte overeenkomst natuurlijk te opvallend om hier aan verschillende families te denken, en is zulks dan ook geenszins het geval, (maar) hebben wij hier met één en dezelfde familie de Haas te doen, wier naam in de vroegere eeuwen als die Haes, die Hase of die Haze voorkomt.” [27]. Het oude stadhuis te Utrecht nu stond eertijds bekend als Hasenberch, waarnaast zich bevond de Lichtenberch. Verschillende beschrijvers van het oude Utrecht, (Allan, van der Monde enz.) wier mededelingen overigens vaak wel als onbetrouwbaar te beschouwen zullen zijn, zeggen dat deze Hasenberch, zijn naam daaraan ontleende, dat hij vroeger de huizing geweest was van de regenten de Hase, evenals de Lichtenberch dat geweest was van het geslacht Lichtenberch. Wat van deze beweringen waar is heb ik niet kunnen nagaan. In de 15e en begin 16e eeuw leeft een regentengeslacht de Haes te Utrecht. In dien tijd bevond zich de Hasenberch niet in hun handen.“)

Merkwaardig blijft, hoe van Liefland er toe komt bij de prent van het Stadhuis te Utrecht den 29 Januari 1712, eertijds de Hasenborch. het vierschaarwapen met de kleuren zilver en rood af te beelden. [28] Mij bleek, dat er o.a. Utrechtse (de) Hazen geweest zijn, die voerden een schuinbalk (zie later), een ander weer drie leeuwen. [29]. Echter op de in 1769 door W. Langerak uitgegeven Wapenkaart der Oude Edele en Aansienlijke Geslachten des Stichts van Utrecht, komt ,maar één wapen de Haeze voor en wel het vierschaarwapen (zilver en rood). [30].

De sleutel tot de oplossing van de zich hier voordoende vragen ligt mogelijk in het M. S. Booth (Rijksarchief te Utrecht). Wij nemen een stamreeks daaruit over:

[25] Naar het handschrift te Dusseldorp in het Staatsarchief. afdeling ,Julich-Berg-Geldern no. 10, uitgegeven door P. N. van Doornink (Haarlem Gebrs. van Brederode, 1903).

[26] Zie ook R. T. Muschart. Onjuistheden in het ,Armorial General van J. R. Rietstap, de Haas (Tiel en IJzendoorn en de Haaze of de Hase (provincie Utrecht). N.L. 1937 no. 6.

[27] S. Muller Fzn. in .,Het huis oud en nieuw” 1907.

[28] J. van Liefland, Utrechts oudheid, 1860.

[29] Johan Haes zegelt, de stichtingsbrief van het Sint Joosts-gasthuis 1377. Stadsarchief te Utrecht. Catalogus 11 no. 2505.

[30] O.a. Centraal Museum te Utrecht.

I. Willem de Hase, raad te Utrecht 1415 nog geleefd 1433 X Margriete

II. Hendrik de Haeze, raad te Utrecht, 1427, ‘30, 40, ‘42, ‘46, 48. Sterft 1469. (Naast deze naam is in het M.S. getekend een wapen zijnde een zilveren schuinbalk in rood). X Joffr. Fije, sterft 1490

IIbis. Vranck de Haze, raad te Utrecht 1443, ‘47, ‘54,‘57. Sterft 1459. x

Joffr. Alijt dochter van Frederick Crom waaruit,

Jan (volgt III)

Aelbert (volgt IIIbis)

Peter (volgt IIIter)

Margriet (volgt IIIquater)

Petronella (volgt IIIquinquies)

Erkenraet (volgt IIIsexies).

III. Jan de Haes, raad te Utrecht 1483, ‘85, ‘87, ‘89. ‘99, 1503, 1506, 1508. Meenteman 1491. Hij sterft vóór 1511 x 1e Joffr. Elborch, sterft 1490. 2e Joffr. Lysbeth, weduwe van Ant. van Zijl, sterft 1496. 3e Margrietha, sterft 1518. Jan’s kinderen zijn:

  1. Franck de Haes Janszoon, sterft 1522 ..Clara sijn wijf 1512”.

Hieruit: Joffr. Lisbeth Franck de Haesendr. X 1527. 1e Jan van Wely X 2e Wolfert van Hesseling. Zij had vier dochters.

IVbis. Joffr. Agnes (sterft 1519) x 1510 Willem Jacobsz. van Liesvelt, schepen te Utrecht. (hieruit Joffr. Alith van Liesvelt)

IV ter. Alith Jan de Hasendr. Sterft 1485

IV quater Joffr. Anna de Hase X Melis Uten Enghe Hieruit kinderen.

IVquinquies. Joffr. Lisbeth sterft 1513 (Johan Ruysch en Willem Soest? hare mombers)

IIIbis Aelbert de Haes (vermeld 1476).

IIIter. Peter de Haes Vranckenszoon, raad te Utrecht 1496. X Joffr. Geertruyd, dr. van Claes de Rijck. hieruit Franck, volgt IV.

III quater . Joffr. Margriet huisvrouw van Henrick Knobbout van Osse de oude.

IIIquinquies. Joffr. Petronella de Haes, huysvrouw van Dirk Ruysch Janszoon.

IIIsexies. Erkenraet Vranck de Hazendochter stierf 1490.

IV. (Daar dit het gedeelte is dat speciaal de aandacht verdient neem ik het letterlijk uit het M.S. Over:)

Franck de Haes was noch onmundig anno 1510 ibid. maeckt machtich Geertry sijn moeder, En // Frans de Hase 1529 ibid. noemende hem een schrijver ofte notaris, die van Nimwegen was, en voerde sijn wapen als batenburch, doch rood op wit. (hiernaast staat een afbeelding van het vierschaarwapen).

(En iets onder de vorige zin:)

Franck stierf zonder kinderen. en liet tot sijn erfgenamen sijn moeder en evertgen van Lochem haer dochter, die A0 1593 wed. was van Dirck van Cleyenberch.

Hoewel het wellicht geen toeval is, dat de Nijmeegse ..schrijver ofte notaris” ook den naam de Hase draagt, zou men op het eerste gezicht geneigd zijn uit het bovenstaande de gevolgtrekking te maken dat deze Frans de Hase geen verwant is van de Utrechtse de Hasen. In dit handschrift zou in dat geval het, dan waarschijnlijk ten onrechte, toekennen van het vier-schaarwapen aan de Utrechtse familie zijn oorsprong vinden. Ik opper deze mogelijkheid met de grootst mogelijke reserve.

2e Keulen. In 1697 sterft met Ignatius Franciscus baron de Hase, Heer van Bruggrub en Obbendorp een Keuls regentengeslacht de Haas uit. Ignatius Franciscus is in Ewijk, twintig kilometer van IJzendoorn stroomopwaarts aan de Waal liggend, gegoed, zoals voorouders van hem dit ook reeds waren. [31]

Het geslacht was eerst te Emmerik gevestigd. De eerstvermelde Johan de Haes wordt 26 Februari 1583, als afkomstig van Nijmegen, burger van Emmerik. [32] Zowel te Keulen [33] als op grafstenen (9 November 1588. 21 November 1622-16 Mei 1633) te, Emmerik [34] wordt het vierschaarwapen als van het behandelde IJzendoornse geslacht gevoerd.

Aan deze Keulsch-Emmeriksche familie hoop ik (A. M. LORENTZ DE HAAS) een volgend artikel te wijden.

Het wapen.

wapen de Haes

De nauwkeurige omschrijving van het wapen de Haas [35] luidt als volgt:

In zilver een St. Andrieskruis, vergezeld van vier zogenaamde droogscheerders-scharen met de punten naar beneden, alles van rood. Helm gekroond door een muurkroon. Helmteken: twee trompen of klaroenen. Dekkleden: zilver en rood. Er bestaat een mening, dat dit vier-schaarwapen een sprekend wapen zou zijn in dien zin dat de z.g. droogscheerders-scharen er in voorkomend. het symbool zouden zijn van schapen scheren of laken vollen. (Bij een geslacht als Schorer, dat eveneens een schaarwapen voert, schijnt ook de naam in deze richting te wijzen, waardoor in zulk een geval deze interpretatie meer waarschijnlijkheid krijgt). Anderen menen dat de schaar een oud Germaans rechtssymbool is. Een schaarwapen zou dan op functies, waaraan rechtspraak verbonden is, wijzen. Bij een vier-schaarwapen zou een verband met de rechterlijke vierschaar liggen [36].

De aard van vele “der geslachten “[37], met name dat der Batenburgen, die het wapen voeren, zou hiervoor kunnen pleiten. Eveneens het bewaard blijven van rechters-functies in de bekende generaties van een geslacht, zoals dit bij het IJzendoornse geslacht de Haas het geval is.

Enkele afbeeldingen van zegels de Haas zijn bij dit artikel gevoegd. Hierbij bevindt zich het zegel van Dr. Gerhardus de Haas. Het is diens vader Gerrit, die bedoeld wordt in de akte, die vermeldt, dat zich in 1756 in het raam tegenover de schepenbank in de kerk te IJzendoorn bevond ,,het wapen van (gemelte) rigter de Haes sijn voorouders, sooals sijn Edele hetselve thans nog is voerende of gebruikende”. [38]. Het is thans niet meer in de kerk aanwezig. Ten tijde van de Franse revolutie zal het hieruit verwijderd zijn.

Bij de bestudering van de genealogie de Haas waren aantekeningen van den Heer J. P. de Man mij menigmaal van nut. Aan den Heer J. Goudswaard dank ik verschillende akten. Ook is het door hem dat ik Jan Adriaenszoon de Haes en Peter Adriaenszoon de Haes in de veronderstelde stamreeks invoerde.

[31] Register op de leenakteboeken van het vorstendom Gelre en graafschap van Zutphen, Kwartier Nijmegen, no. 18 blz. 44.

[32] “Burgerbuch” van Emmerik in depot Dusseldorp Staatsarchiv A. n0. 5

[33] A. Fahne, Geschichte der Kolnischen, Julischen und Bergischen Geschlechter, deel 1

Von der Ketten’s Kölnische Geschlechterr- und Wappenbuch (M.S in Historisch Stadsarchief van Keulen).

[34] Mededeling van den archivaris van Emmerik.

[35] Zit ook J. B. Rietstap, Armoriaal Géneral, R. T. Muschart, I.C . W. Wynaendts van Resandt, Lc.

[36] D. Buddingh, Schaar en Schaarmannen (Tiel Wed. D. R. van Wermeskerken 1865) en D. Buddingh, De Schaar en Schaarmannen tot opheldering van dit wapenfiguur (Academie d’archeologie Belgique 1872).

[37] B. v. Middeler, van Meekeren, Vaeck. :

[38] G. J. Brenkman in Bijdragen en mededelingen VII der Vereniging Gelre, 1904.

 


2.

 

De Hoge Heerlijkheid IJzendoorn

Regesten en transcripties van oude stukken

1281 – 1793

Frank IJzendoorn, Mook 2006

online bron

de haes

Wapendragers:

Lambert die Haese, 1422 (kerkmeester te Wamel)

Willem dye Haze, 1465 (Vornholz, 1108)

Aellert van Ysendoern Jordens (Vornholz 1108)

Deric die Haese, 1504 (gerichtsman Maas en Waal)

Lysbeth, vrouw van Wilhem Doys (Heerlijkheid IJzendoorn, charter 7)

Jan die Haese Ghysberts, 1532 (idem, charter 11)

Jan die Haes Petersz, 1552 (idem, charter 21)

Jan Jansz die Haes, 1572 (Huis Hoekelum onder Ede)

Peter Petersz, 1572 (idem)



Genealogie

Arent die Haese, voor het eerst genoemd in 1384, is de eerste van zijn geslacht die vermeld wordt als geërfde te IJzendoorn. De naam De Haes blijft onafgebroken opduiken tot in de 20ste eeuw, eerst in IJzendoorn, vanaf de 16e eeuw ook in Ochten. Vele leden van het geslacht waren als schout of gerichtsman verbonden aan de heerlijkheid. De Berghse archieven, afdeling Ochten, zullen ongetwijfeld meer licht laten schijnen op de genealogie van de familie De Haes.

Poging tot reconstructie van de hoofdlijn

Peter de Haes

Vermeld 1470-1526. Huwde Lysbeth van Brenck. Had waarschijnlijk een broer Jan, vermeld 1465-1493.

II Jan de Haes Petersz

Vermeld 1554-1571. Gerichtsman (1561) en oud-buurmeester (1571).

III Peter de Haes Jansz

Vermeld 1569-1610. 1569: geërfde in het hoofd te Ochten. 1578: schatting te IJzendoorn, 1579 momber van Johanna Wouters van Eck. 1588: dijkgeld. Koopt 1604 de Cleyne Rijsweert te IJzendoorn. Mogelijke broer Jan de Haes Jansz, vermeld 1572 als gerechtsman te IJzendoorn. Hij had ook een zus Maria de Haes Jans Peters; zij was in 1586 weduwe van Jan Jacobs. (let op: het is mogelijk dat er twee Peters de Haes Janz zijn, afkomstig uit IJzendoorn resp. Ochten)

IV Jan de Haes Petersz

Vermeld 1613-1625. Erft 1613 de Cleyne Rijsweert. Verkoopt dit goed in 1623 aan (zijn zwager?) Johan Adriaensz, die gehuwd was met Anthonia de Haes. In 1626 en 1635 vermeld als buurmeester. Woonde in 1635 aan de Weteringschouw (bij De Aalsem en de Pottum).

Va Willem de Haes Jansz (ca 1619-voor 1687)

1643 pachter van het Ermslant; huwde 1648 Fyken Herberensdr van Westrhenen; 1650 verpondingsregister van IJzendoorn; 1653-1675 schepen van IJzendoorn. 1655 oud 36 jaar. 1663 dochter Trijntje. 1675 gegoed op ’t Lange Wand. Hertrouwde 1679 met Maria Elizabeth Beltgens, weduwe Jan Otto Tap. (let op: er is sprake van een Willem de Haes den olde (geboren ca 1611), die huwde 1653 met Mariken Tonisdochter, en een Willem de Haes den jonge (geboren ca 1619).

Vb Adriaen de Haes Jansz (ca 1619-    )

1640 woonachtig aan de Weteringschouw; 1642 aanvang van pacht van de Aalsem. Huwde Ietje van den Bergh, en hertrouwde 1644 met Eefke Dircks; 1650 verpondingsregister van IJzendoorn; 1666-1673 schepen te IJzendoorn. Was in 1668 gehuwd met zijn derde echtgenote Ingen Adriaen Deijsdochter. Hij woonde toen op de Hoge Pottum.

 

 

3. 

Hanny Sinkeldam-Buschmann :

De stamreeks

Hoewel het dus geenszins zeker is volgt hier toch een reeks, beginnende bij Peter de Haes.


I.
Peter DE HAES, geboren ca. 1490.

II.
Jan DE HAES Peterszoon, schepen van IJzendoorn, overl. vóór 14-11-1604.

III.
Adriaen DE HAES Janszoon.

IV.
Jan DE HAES Adriaenszoon, geboren ca. 1580.

V.
Willem DE HAES Janszoon, geboren na 1606, president-schepen en plaatsvervangend rechter van IJzendoorn, overl. 1687; tr. Fijke VAN WESTREENEN.

Wanneer de juistheid van bovengenoemde reeks bewezen zou kunnen worden, zou de nu volgende reeks niet beginnen met generatie I, maar met generatie IV.

I.
Jan Adriaenszoon DE HAES, geboren ca. 1590, woonde te IJzendoorn, overl. vóór 6-11-1672; tr. Cornelisken (Cornelia) Willems.

II.
Willem Jansz. DE HAES (de Jonge), geboren ca. 1625, buurmeester te IJzendoorn, schepen, ook president-schepen en plaatsvervangend rechter van de hooge heerlijkheid IJzendoorn 1674, 1675 en 1687, overl. kort vóór 20-1-1687; tr. (1) ca. 1648 Fijken Gerrits VAN WESTREENEN, geboren ca. 1625, op 8-1-1664 beleend met 1/4 part van het leengoed 't Spick te IJzendoorn, overl. tussen 18-6-1675 en sept. 1679, dochter van Gerrit Herberenszoon van Westreenen en Uland (Odulia) van Wijck; tr. (2) IJzendoorn 14-9-1679 Maria Elisabeth Beltjens, weduwe van Jan Otten Tap, schepen van IJzendoorn, overl. na 1-1-1691.

III.
Adriaen Willemsz. DE HAAS, geboren ca. 1652, landbouwer, schepen van IJzendoorn, begr. ald. 2-10-1730; ondertr./tr. IJzendoorn 23-10/7-11-1680 Gijsbertjen VAN DEN BERGH, Dirckse, geboren IJzendoorn, overl. vóór 1729, dochter van Dirck van den Bergh en Peterke van de Pavordt.
Uit dit huwelijk, gedoopt te IJzendoorn:

  1. Peterken de Haes, ged. 1-10-1681 (get. Dirck van den Bergh, schepen); tr. IJzendoorn 16-12-1708 Cornelis Hendriksz. Smit, weduwnaar van Grietje van Eyck, ged. ald. 7-9-1684, zoon van Hendrik Cornelisz., smid.

  2. Fijtjen de Haes, ged. 22-7-1683, begr. ald. 19-5-1725.

  3. Maria de Haes, ged. 9-8-1685, overl. na 1759; tr. (1) Buren 10-3-1715 Antony van Stuyvenberg, overl. vóór nov. 1741; tr. (2) IJzendoorn 12-11-1741 Jan van Clinckenberg, weduwnaar van Maria Cornelissen, geboren Kesteren, overl. vóór 1759.

  4. Willem de Haes, ged. 4-12-1687, volgt IV.

  5. Adriaentje de Haes, ged. Ochten 9-11-1690; tr. (1) IJzendoorn 11-5-1721 Jan van Westreenen, geboren ald., overl. vóór mei 1748; ondertr./tr. (2) IJzendoorn 4/26-5-1748 Arien van Wijk, weduwnaar van Maria van Cooten.

  6. Jantje de Haes, ged. 8-11-1696, overl. vóór 22-12-1729; tr. Jan Albertsz. Rogaar.

  7. Dirk de Haes, ged. 29-1-1699.

IV.
Willem Adriaense DE HAAS, ged. IJzendoorn 4-12-1687, overl. tussen 1759 en 1763; tr. IJzendoorn 1727 Gijsbertje Adriaanse TAP, ged. Ochten 9-11-1704, overl. na 1771, dochter van Adriaen Tap en Huybertje Hendriks Smit.
Uit dit huwelijk, gedoopt te IJzendoorn, met tussen haakjes de namen der doopgetuigen:

  1. Arien de Haas, ged. 25-7-1728, jong overl.

  2. Gijsbertje de Haas, ged. 27-11-1729 (Maria Adriaanse de Haas), overl. 1795; tr. IJzendoorn 11-5-1749 (kerk) Jan van Westreenen.

  3. Feijke de Haas, ged. 26-11-1730 (sijn suster Ariaentje Adriaanse de Haas), volgt V.

  4. Adriana de Haas, ged. 6-6-1732 (Arnolda Cranenborgh, vrouw van schepen Jan Tap), jong overl.

  5. Arien de Haas, ged. 4-10-1733 (Arnolda Cranenborgh, vrouw van schepen Jan Tap), jong overl.

  6. Arien de Haas, ged. 4-9-1735 (Odulia Heij), vestigde zich te Lienden; tr. (1) Echteld 27-12-1761 Geertruij van de Poll; tr. (2) Echteld 3-3-1765 Cunera de Haas.

  7. Willem de Haas, ged. 15-10-1736 (Ariaantje de Haas, huijsvrouw van Jan Westrenen).

  8. Hubertus de Haas, ged. 18-10-1739 (Arnolda van Cranenborg).

  9. Adriaantje de Haas, ged. 10-12-1741, overl. 1818; tr. IJzendoorn 21-4-1765 Willem van Westrhenen.

  10. Huijbertje de Haas, ged. 4-10-1744, overl. 21-12-1818; tr. (1) IJzendoorn 29-4-1770 Jan de Haas; tr. (2) IJzendoorn 15-6-1788 Petrus Beijer.

V.
Fijken DE HAAS, ged. IJzendoorn 26-11-1730 (Feijke), deed belijdenis 1-7-1751; Lidmatenregister 1759: huisvrouw van Jacob van Heun; ondertr./tr. IJzendoorn (kerk) 8/25-6-1752 Jacob VAN HEUN, ged. IJzendoorn 1-7-1725, deed belijdenis 4-7-1749, overl. IJzendoorn 28-4-1811, zoon van Jacob van Heun en Maria Vercuijl.